Voor de substitutietherapie van mineralocorticoïdendeficiëntie bij honden met primair hypoadrenocorticisme (ziekte van Addison).
Het geneesmidddel is voor langdurige toediening. De intervallen en dosissen zijn afhankelijk van de klinische respons van het dier op het geneesmiddel en de normalisatie van de natrium- en kalium-concentraties in het serum.
Desoxycortone is een corticosteroïd met een primair mineralocorticoïde werking. In de nieren zorgt desoxycortone voor retentie van natrium- en chloride-ionen en excretie van waterstof- en kaliumionen. Hierdoor ontstaat een osmotische gradiënt dat de opname van water uit de niertubuli bevordert en leidt tot een toename van het bloedvolume en het hartminuutvolume.
Na subcutane toediening van 11 mg/kg desoxycortonepivalaat (vijf maal de aanbevolen dosis) bedraagt de plasmahalfwaardetijd gemiddeld 17 ± 7 dagen, Cmax gemiddeld 13,2 ± 5 ng/ml en Tmax gemiddeld 10 ± 3,5 dagen.
Overgevoeligheid tegen de stof of de hulpstoffen.
Polydipsie en polyurie kunnen voorkomen bij 1/10 dieren, ongepast urineren, lethargie, alopecie, hijgen, braken, verminderde eetlust, anorexie, verminderde activiteit, depressie, diarree, polyfagie, tremor, vermoeidheid en urineweginfecties kunnen voorkomen bij 1 tot 10/100 dieren.
Interacties met geneesmiddelen die een invloed hebben op de natrium- of kaliumconcentraties in het serum of op het cellulair transport van natrium of kalium, zoals de trimethoprim, amfotericine B, digoxine of insuline, zijn mogelijk.
Honden met ernstige hypovolemie, dehydratatie, pre-renale azotemie en onvoldoende weefselperfusie dienen voor de behandeling te worden gerehydrateerd. Voorzichtig te gebruiken bij congestieve hartaandoeningen, ernstige nieraandoeningen, primair leverfalen of oedeem.
Voorkom contact met de ogen en huid. Het product kan nadelige effecten hebben op de ontwikkeling van het ongeboren kind en van neonaten. Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven, mogen dit product niet toedienen. Het product kan de mannelijke voortplantingsorganen en de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden.
De veiligheid van het geneesmiddel is niet bewezen tijdens fok, dracht of lactatie.