Duiven en beschikbare geneesmiddelen in België

Folia Veterinaria

De dierenarts die geneesmiddelen wil toedienen aan duiven dient eerst na te gaan of deze duiven als voedselproducerende dieren in aanmerking zouden kunnen komen. Slechts wanneer het met zekerheid kan worden uitgesloten dat de te behandelen dieren ooit in de voedselketen terecht zullen komen, kan de dierenarts de dieren als niet-voedselproducerende dieren beschouwen. In andere gevallen moet de dierenarts deze duiven als voedselproducerende dieren beschouwen. Wanneer bepaalde dieren behandeld zijn met geneesmiddelen die niet toegelaten zijn bij voedselproducerende dieren, blijven deze dieren voor de rest van hun leven niet-voedselproducerende dieren en mogen ze nooit in de voedselketen komen (Voor meer informatie over het aanbieden van duiven in de voedselketen, zie omzendbrief FAVV ‘Het in de voedselketen brengen van duiven’ en bijlage).

Het onderscheid tussen voedselproducerende en  niet-voedselproducerende duiven heeft belangrijke gevolgen voor de toediening van geneesmiddelen. Voor de niet-voedselproducerende duiven zijn er in België momenteel 13 geneesmiddelen geregistreerd, voor voedselproducerende duiven slechts 3.

Onder de voorwaarden van het cascadesysteem (zie kader cascadesysteem) heeft de dierenarts natuurlijk meer geneesmiddelen ter beschikking. Bij voedselproducerende duiven moeten de actieve substanties die aanwezig zijn in het ‘cascadegeneesmiddel’ steeds een MRL bezitten en moet de dierenarts een aangepaste wachttijd voorschrijven. Met uitzondering van de vaccins worden de diergeneesmiddelen die aan voedselproducerende dieren toegediend mogen worden, op de website van VetCompendium of in het Diergeneesmiddelenrepertorium met symbool "driehoekje" gemarkeerd, deze die nooit aan voedselproducerende dieren mogen toegediend worden met symbool "cirkeltje" (zie voetnoot).

De hormonale geneesmiddelen die vallen onder de wet van 15 juli 1985 zijn voor voedselproducerende dieren steeds verboden (zie verder).

Tenslotte moet de dierenarts bij de behandeling van sportduiven (die of als voedselproducerend of als niet-voedselproducerend beschouwd worden) ook rekening houden met actieve stoffen die de prestaties van deze sportduiven beïnvloeden of die het aantonen van zulke stoffen beïnvloeden en die eveneens als doping beschouwd worden.

Hieronder worden kort de verschillende diergeneesmiddelen die in België beschikbaar zijn opgelijst voor resp. voedselproducerende en niet-voedselproducerende duiven. Er wordt kort vermeld welke alternatieven er per type duif mogelijk zijn (+) of verboden zijn (-). Ter informatie worden telkens ook de stoffen opgesomd die verboden zijn voor sportduiven (!).

Diergeneesmiddelen voor voedselproducerende duiven

  COLUMBA® - Pharmagal Bio - paramyxovirus (Co) 

  NOBILIS PARAMYXO P201® - Intervet Int via MSD AH - paramyxovirus (Co)

  AMOXICURE® - Oropharma – amoxicilline – Wachttijd Vlees: 60 h

+

Geneesmiddelen gebruikt onder voorwaarden van het cascadesysteem [art 231 en 232 – zie kader] op voorwaarde dat elk actief bestanddeel van het geneesmiddel opgenomen is in Tabel 1 ‘Toegestane stoffen’ van Verordening (EC) nr. 37/2010 ("MRL-Verordening")
Tenzij bij het gebruikte geneesmiddel de wachttijd voor de duif is aangegeven, mag de door de dierenarts opgegeven wachttijd niet minder bedragen dan 28 d voor vlees en 7 dagen voor eieren. (Voetnoot)

-

Stoffen met hormonale, antihormonale, bèta-adrenergische of productiestimulerende werking zijn verboden (Wet van 15 juli 1985).

!

In het kader van de bestrijding van doping in de duivensport, worden de volgende stoffen verboden: corticosteroïden, bronchodilatoren met inbegrip van β-agonisten, anabole steroïden, niet-steroïdale ontstekingsremmers, narcotische analgetica, analgetica (antipyretica), moleculen met een invloed op het zenuwstelsel met inbegrip van cafeïne,  synthetische hormonen en groeihormonen (prohormonen, gonadotropines, anticoagulantia) en mucolytica. Ook geneesmiddelen die gebruikt kunnen worden om stalen te beïnvloeden zoals diuretica zijn verboden.

Voor meer informatie over de Reglementering ter beteugeling van het gebruik van verboden stoffen bij sportduiven, zie KBDB.

Diergeneesmiddelen voor niet-voedselproducerende duiven

  ORNICURE 150 mg/g® - Oropharma – doxycycline

  COLUMBA® - Pharmagal Bio - paramyxovirus (Co)

  R-12® - Acme – nicarbazine

  THERAPRIM pot® - Oropharma – trimethoprim

  NOBILIS PARAMYXO P201® - Intervet Int via MSD AH - paramyxovirus (Co)

  ISOBA® - Intervet Int via MSD AH – isofluraan

  TRICHO PLUS® - Oropharma – ronidazole

  TRICHOCURE® - Oropharma – ronidazole

  AMOXICURE® - Oropharma – amoxicilline

  COXI PLUS® - Oropharma – sulfamides

  SPARTRIX compr® - Eli Lilly – carnidazole

  THERAPRIM sachet® - Oropharma – trimethoprim

  AVICAS® - Oropharma – febantel

+

Geneesmiddelen gebruikt onder voorwaarden van het cascadesysteem  [art 230 – zie kader]

!

In het kader van de bestrijding van doping in de duivensport, worden de volgende stoffen verboden: corticosteroïden, bronchodilatoren met inbegrip van β-agonisten, anabole steroïden, niet-steroïdale ontstekingsremmers, narcotische analgetica, analgetica (antipyretica), moleculen met een invloed op het zenuwstelsel met inbegrip van cafeïne,  synthetische hormonen en groeihormonen (prohormonen, gonadotropines, anticoagulantia) en mucolytica. Ook geneesmiddelen die gebruikt kunnen worden om stalen te beïnvloeden zoals diuretica zijn verboden.

Voor meer informatie over de Reglementering ter beteugeling van het gebruik van verboden stoffen bij sportduiven, zie KBDB.


Cascadesysteem

Toepassing van het cascadesysteem (KB 14/12/2006 (deel 2 - art. 230, 231 & 232)

Het cascadesysteem (of ook watervalsysteem genoemd) biedt aan de behandelende dierenarts de mogelijkheid om af te wijken van het strikte gebruik van de in ons land geregistreerde geneesmiddelen.

De volgende 3 voorwaarden moeten vervuld zijn :

  1. Er is geen therapeutisch alternatief beschikbaar in België voor de betrokken diersoort of aandoening.
  2. Het betreft een absoluut noodzakelijke behandeling om onaanvaardbaar lijden te vermijden.
  3. Het betreft een uitzonderlijke situatie.

De dierenarts is volledig en persoonlijk aansprakelijk voor de toepassing van het watervalsysteem. Het gebruik van het geneesmiddel gebeurt onder zijn of haar uitsluitende verantwoordelijkheid.

Zo zijn volgende opties mogelijk:

  1. een geneesmiddel voor een andere diersoort of voor een andere aandoening
  2. een diergeneesmiddel dat vergund is in een andere Europese lidstaat* of een  geneesmiddel voor menselijk gebruik**
  3. een magistrale bereiding***

* De dierenarts moet in dit geval de bestelling plaatsen bij een vergunde groothandelaar-verdeler of een officina-apotheker.

** De dierenarts moet de bestelling plaatsen bij een officina-apotheker.

*** De dierenarts maakt een voorschrift dat de verantwoordelijke van het dier aan een officina-apotheker moet overhandigen. Dergelijke bereidingen mogen niet bewaard worden in het depot van de dierenarts.


Voetnoot

Met uitzondering van de vaccins worden de diergeneesmiddelen die aan voedselproducerende dieren toegediend mogen worden, op de website van VetCompendium of in het Diergeneesmiddelenrepetorium met symbool

MRL ok
gemarkeerd, deze die nooit aan voedselproducerende dieren mogen toegediend worden met symbool
no MRL