Farmacotherapeutische info

Essentiële vaccins bij de kat

UPDATED
datum meest recente update: 20-08-2024
Groep
Vaccins kat
Indicatie
vaccinatie
Actief bestanddeel
rhinotracheïtisvirus (Fe)- FHV-1
calicivirus (Fe) - FCV
parvovirus - panleukopenievirus (Fe) - FPV

Vaccins die beschermen tegen kattenparvovirus (FPV), het feliene calicivirus (FCV) en herpesvirus (FHV-1) vormen samen de essentiële vaccins bij de kat (Eng: core vaccines). Essentiële vaccins zijn vaccins waarmee elke kat gevaccineerd zou moeten worden om enerzijds het individu te beschermen tegen levensbedreigende ziekten en om anderzijds een populatie-immuniteit (Eng: herd immunity) te creëren die het risico op ziekte-uitbraken beperkt.

De WSAVA-richtlijnen (Squires et al., 2024) raden aan om katten vanaf de leeftijd van 6 à 8 weken, om de 2 à 4 weken te vaccineren met een trivalent vaccin dat beschermt tegen FPV, FCV en FHV. Het laatste vaccin moet na de leeftijd van 16 weken gegeven worden. Dit is de leeftijd waarop bij de meeste dieren de maternale, passieve immuniteit voldoende laag is en de vaccinatie zal leiden tot de opbouw van een eigen, actieve immuniteit. 

Een klein percentage kittens zal op deze leeftijd toch nog onvoldoende immuniteit hebben opgebouwd na vaccinatie. Om deze te beschermen wordt aanbevolen om de herhalingsvaccinatie uit te voeren op de leeftijd van 26 weken i.p.v. te wachten tot de kittens 1 jaar of ouder zijn.

De SKP/bijsluiters van de meeste essentiële vaccins vermelden echter een herhalingsvaccinatie op 1 jaar na de basisvaccinatie (en niet op 26 weken ouderdom). 

Volgens dezelfde richtlijnen, volstaan  voor de vaccinatie van volwassen dieren (leeftijd > 26 weken) tegen FPV, FHV en FCV 2 dosissen met 2 à 4 weken tussen beide injecties.

Eens de katten optimaal gereageerd hebben op het FPV-vaccins zullen ze een soliede immuniteit hebben opgebouwd die hen jaren kan beschermen. De WSAVA-richtlijnen raden daarom een driejaarlijkse hervaccinatie met geattenueerd FPV-vaccin aan.

De FCV- en FHV-vaccins beschermen slechts partieel. De aanbevelingen voor de herhalingsvaccinatie voor deze valenties zijn daarom gebaseerd op het infectierisico: 

  • Voor volwassen katten met een laag infectierisico (solitaire binnenshuis levende katten) raden de boven vermelde richtlijnen een 3-jaarlijkse hervaccinatie met geattenueerde vaccins aan. 
  • Voor katten met een hoog infectierisico (katten die buiten of naar wedstrijden gaan of in kattenpension verblijven) wordt een jaarlijkse hervaccinaties tegen FCV en FHV aangeraden. Het tijdstip van vaccinatie kan zo gekozen worden dat het bezoek aan een pension valt in de periode met meest robuuste immuniteit, nl. binnen de 3 maanden na vaccinatie.

Vaccins tegen feliene leukemie (FeLV) is essentieel in gebieden zoals België, waar deze ziekte voorkomt. De vaccinatie tegen FeLV moet gebaseerd worden op de leeftijd en levensstijl van de kat. In endemische gebieden, wordt aangeraden om alle katten jonger dan 1 jaar oud of oudere, FeLV-negatieve katten met buitenbeloop, te vaccineren. De WSAVA-richtlijnen kunnen geen advies geven over de frequentie waarmee deze laatste gevaccineerd zouden moeten worden en besluit dat de vaccinatiekosten en -risico’s jaarlijks beoordeeld moeten worden.

Vaccinatie tegen rabiës is in niet-endemische gebieden zoals België niet essentieel maar voor katten die naar het buitenland reizen is vaccinatie tegen rabiës verplicht.