Clodronzuur verlicht kreupelheid ten gevolge van het naviculair syndroom of podotrochleose (hoefkatrol) bij volwassen paarden.
Clodronzuur is als niet-nitrogeen bifosfonaat een synthetisch analoog van het natuurlijk voorkomend pyrofosfaat. Het accumuleert in het botweefsel en remt er de vorming, aggregatie en desintegratie van calciumfosfaatkristallen en vermindert als remmer van de osteoclasten, de beenresorptie. Bij het paard met naviculair syndroom werd geen botremodelering vastgesteld maar werd enkel een gunstig effect op de kreupelheid bewezen zonder dat het werkingsmechanisme hiervan werd aangetoond. Het gaat dus om een symptomatische behandeling.
Na im-injectie treedt een snelle resorptie van clodronzuur op met een hoge biologische beschikbaarheid. De verdeling gebeurt vooral naar het botweefsel wat de langere terminale eliminatiefase verklaart. Eliminatie gebeurt door de nieren. De plasmahalfwaardetijd bedraagt gemiddeld 11,8 h, de maximale clodronzuurconcentratie (Cmax) van 7,5 microg/ml werd bereikt ongeveer 35 minuten na toediening (Tmax).
Aangezien er geen gegevens beschikbaar zijn over het gebruik van dit geneesmiddel bij groeiende dieren, wordt het gebruik ervan afgeraden bij paarden jonger dan 4 jaar. Niet gebruiken bij paarden met verminderde nierfunctie.
Nervositeit, likken van de lippen, geeuwen en koliek komen vaak voor; hoofdbewegingen, voorbijgaande zwelling op de injectieplaats, hoefschrapen, urticaria en jeuk komen soms voor. In zeldzame gevallen is nierinsufficientie vastgesteld meestal bij gelijktijdig gebruik van NSAID’s.
Geneesmiddelen waarvan de toxiciteit kan toenemen door verlaging van de serumcalciumconcentratie (vb. aminoglycosiden) en geneesmiddelen die de serumcalciumconcentratie kunnen verlagen (vb. tetracyclines) mogen niet toegediend worden binnen 72 h na toediening van clodronzuur. Potentieel nefrotoxische geneesmiddelen zoals NSAID’s moeten voorzichtig worden toegediend.
Voorzichtigheid is geboden bij paarden met aandoeningen die gepaard gaan met verstoorde homeostase van mineralen of elektrolyten (hyperkaliëmische periodieke paralyse en hypocalciëmie).
Accidentele zelfinjectie kan bij zwangere vrouwen de kans op een stagnerende bevalling vergroten en kan bij mannen de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden.
Maternotoxische effecten werden waargenomen bij proefdieren, aanwijzigingen voor teratogene of foetotoxische effecten werden niet gemeld. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet onderzocht bij drachtige of zogende merries. Gebruik van het product bij merries tijdens dracht of lactatie wordt niet aangeraden.