Thiamazole (methimazole) wordt gebruikt voor de behandeling van hyperthyroïdie bij de kat.
Thiamazole behoort tot de groep van de thionamides. Dit zijn stoffen die de iodering van thyrosine in de schildklier remmen door zich te binden met het thyroïdperoxidase. Ze verlagen zo de synthese van de schildklierhormonen. Ze hebben geen invloed op reeds gevormd schildklierhormoon en op het vrijstellen ervan uit de schildkliercellen. Het klinisch effect wordt bijgevolg pas merkbaar als de reeds gevormde voorraad schildklierhormoon op is en de concentratie van het circulerende hormoon afneemt.
Thiamazole wordt oraal goed geresorbeerd (biologische beschikbaarheid > 75%). De metabolisatie gebeurt snel en voornamelijk door de lever en de uitscheiding gebeurt via de nieren.
- Andere systemische ziekte zoals een primaire leveraandoening of diabetes mellitus
- Symptomen van een auto-immuunziekte
- Stoornissen van de witte bloedcellen, zoals neutropenie of lymfopenie
- Stoornissen van de bloedplaatjes en coagulopathieën in het bijzonder trombocytopenie
- Dracht en lactatie
Het is aanbevolen twee maal per dag te behandelen. Dit zou de kans op bijwerkingen zoals braken en anorexia verkleinen. Bijwerkingen zijn meestal licht en tijdelijk. Ernstigere bijwerkingen zijn meestal reversibel wanneer de medicatie wordt stopgezet. Bij doses van 5-15 mg per kat, per dag, waren de klinische bijwerkingen braken, gebrek aan eetlust, lethargie, ernstige pruritus en excoriaties van het hoofd en de nek, bloedingsdiathesis en icterus als gevolg van hepatopathie, en hematologische abnormaliteiten (eosinofilie, lymfocytose, neutropenie, lymfopenie, lichte leukopenie, agranulocytose, trombocytopenie of hemolytische anemie). Deze bijwerkingen verdwenen binnen 7-45 dagen na het stopzetten van de therapie. Leukopenie of hemolytische anemie kunnen voorkomen. Bij dieren die tijdens de behandeling onwel worden, in het bijzonder als ze koortsig zijn, moet een bloedmonster worden genomen voor hematologisch en biochemisch onderzoek. In geval van immunologische bijwerkingen (anemie, trombocytopenie, antinucleaire antilichamen in het serum) moet de behandeling onmiddellijk gestopt worden en moet een alternatieve therapie worden overwogen.
Fenobarbital kan de klinische werking van thiamazole verminderen. Thiamazole kan de hepatische oxidatie van benzimidazoles verminderen en kan zo leiden tot hogere plasmaconcentraties van deze stoffen. Thiamazole is een immunomodulator.
Regelmatige controles van het gehalte aan thyroïdhormoon in het bloed en de aanpassing van de dosis van thiamazole worden aangeraden. De tabletten mogen niet gedeeld worden. Het moet het doel zijn om de laagst mogelijke dosis te bereiken. Leukopenie of hemolytische anemie worden eveneens via bloedanalyse opgespoord. Gezien thiamazole een vermindering van de glomerulaire filtratie kan hebben, moet bij dieren met nierproblemen de nierfunctie zorgvuldig opgevolgd worden. Aangezien vermoed wordt dat thiamazole teratogeen is bij de mens, moeten vrouwen van vruchtbare leeftijd handschoenen dragen bij het aanraken van kattenbakvulling van behandelde katten.
Thiamazole diffundeert doorheen de placenta en kan leiden tot hypothyroïdie bij de kittens. Niet toedienen aan drachtige of lacterende katten.