Folia Veterinaria

De behandeling van sarcoïden bij paarden: een systematische review

datum publicatie: 29-11-2024
Doeldier
paard niet-voedselprod
Indicatie
Antitumorale middelen
Topics
Antitumorale middelen
Cascadesysteem

Kernboodschap

De publicatie van Offer et al.1 bespreekt de behandeling van sarcoïden bij paarden. De auteurs beoordelen de kwaliteit van de beschikbare studies over de werkzaamheid van de verschillende behandelingen. Ze concluderen dat het niveau van wetenschappelijk bewijs onvoldoende is en dat de vergelijking tussen de geselecteerde studies onmogelijk is. Gezien de huidige stand van kennis kan er geen behandeling worden aanbevolen.

Waarom is deze studie belangrijk?

Sarcoïden zijn de vaakst voorkomende tumoren van de paardenhuid en worden bij ongeveer 46% van de biopsieën van huidtumoren gediagnosticeerd2. Hoewel deze tumoren zelden uitzaaien, kunnen ze invasief zijn, gaan zweren en ontsteken, met gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van het dier. 

Er is momenteel geen universeel aanbevolen therapie en de voorgestelde behandelingen zijn gevarieerd. In de wetenschappelijke literatuur beschrijft men conventionele of laserchirurgische excisie, cryochirurgie, radiotherapie (gamma- of bètastraling), chemotherapie (intralaesionale toediening van cisplatine, eventueel na elektropermeabilisatie; zalf op basis van 5 fluorouracil of AW4-Ludes (University of Liverpool Cream), immunotherapie (intratumorale injectie van BCG (Bacillus Calmette-Guérin), topicale toediening van acyclovir of imiquimod of van Sanguinaria canadensis, subcutane injectie met extracten van Viscum album austriacus, vaccinatie). 

Op het internet worden verschillende topicale behandelingen verkocht en aangeprezen die gemakkelijk verkrijgbaar zijn maar niet werden getest in wetenschappelijke studies en die geen vergunning hebben voor het in de handel brengen in België. Gezien het grote aanbod aan behandelingen kan een systematisch overzicht nuttig zijn als leidraad voor de therapeutische beslissing van de dierenarts.

Opzet van de studie

De auteurs doorzochten de wetenschappelijke literatuur in elektronische databases (PUBMED, Web of Science, CAB Abstracts, EMBASE (Ovid), Scopus). Klinische studies en retrospectieve cohortstudies of case series met een controlegroep werden geselecteerd. De analyse richtte zich op studies gepubliceerd na 1970, met een follow-up van minstens zes maanden en waarbij diagnostische histologie werd gebruikt, zodat de aard van sommige of alle waargenomen tumorlaesies kon worden bevestigd.

Resultaten in het kort

Het toepassen van deze criteria leidde tot de selectie van tien artikels . 

De analyse van deze artikels toont aan dat er veel methodologische zwaktes zijn, zoals in de selectieprocessen (heterogeniteit van de typen sarcoïden en hun locaties), randomisatie van behandelingen, blindering van de beoordelaars, tumorprogressie, follow-up (paarden die niet tot het einde in de studie blijven) en vergelijking tussen behandelgroepen (het ontbreken van een onbehandelde controlegroep, wat nodig is om rekening te houden met de spontane genezing van tumoren). Verschillende behandelingen worden soms op hetzelfde dier toegepast. Het materiaal en de methoden verschillen tussen de studies, waardoor vergelijkingen niet mogelijk zijn. 

Offer et al. (2024) concluderen daarom dat er geen sterk bewijs is voor een bepaalde behandeling. Ze beperken zich tot het beschrijven van de technieken die de hoogste percentages (meer dan 90%) van volledige regressie rapporteren, namelijk radiotherapie, intralaesionale injectie van cisplatine en elektrochemotherapie.

Beperkingen van de studie

De review biedt weinig antwoorden. De selectiecriteria (histologisch onderzoek, follow-up van 6 maanden) zijn logisch bij de evaluatie van studies over de behandeling van tumoren. Er konden uiteindelijk maar weinig artikels geselecteerd worden. Bovendien vermeldt slechts 60% van de studies het gebruik van histologie om de diagnose van alle waargenomen tumoren te bevestigen. 

De auteurs van de review erkennen dat de selectie teleurstellend is en dat de studies heterogeen zijn. In de discussie beperken ze zich daarom tot een beschrijving van de behandelingen met de hoogste gerapporteerde werkzaamheid. Door de beperkte beschikbaarheid van stoffen (cisplatine, isotopen), de eisen op het gebied van bioveiligheid of de benodigde apparatuur (elektrochemotherapie) zijn deze behandelingen echter moeilijk toe te passen.

Commentaar van het BCFI

De behandeling van sarcoïden is belangrijk voor de praktiserende dierenarts. De overvloed aan beschikbare behandelingen maakt het moeilijk om de therapeutische beslissing naar de eigenaar toe te rechtvaardigen. 

Systematische reviews zijn nuttig maar kunnen, zoals in het geval van het artikel van Offer et al., (2024) geen antwoord bieden. Het is echter van cruciaal belang dat de paardendierenarts op de hoogte is van de huidige stand van kennis en dat er aandacht is voor het bevorderen van solide, multicentrische, observationele studies naar de behandeling van sarcoïden bij paarden. Deze tumoren kunnen immers een grote impact hebben op het welzijn en de gezondheid van paarden.


Bronnen

  1. Offer KS, Dixon CE, Sutton DGM. Treatment of equine sarcoids: A systematic review. Equine Vet J. 2024 Jan;56(1):12-25. doi: 10.1111/evj.13935. Epub 2023 Mar 23. PMID: 36917551. 
  2. Schaffer PA, Wobeser B, Martin LE, Dennis MM, Duncan CG. Cutaneous neoplastic lesions of equids in the central United States and Canada: 3,351 biopsy specimens from 3,272 equids (2000-2010). J Am Vet Med Assoc. 2013 Jan 1;242(1):99-104. doi: 10.2460/javma.242.1.99. PMID: 23234288.