Vasodilatoren oefenen op verschillende manieren hun activiteit uit en kunnen aangewend worden voor verschillende indicaties. Sommige zoals de ACE-inhibitoren, werden speciaal ontwikkeld voor de symptomatische behandeling van bepaalde vormen van hartinsufficiëntie. Hieronder worden vasodilatoren besproken die een andere indicatie hebben dan hartinsufficiëntie.
Indicaties worden omschreven als cerebrale en perifere vaatstoornisen.
Propentofylline, een xantinederivaat, is een niet-selectieve fosfodiësteraseremmer. Deze stof bezit vasodilaterende eigenschappen, verbetert de flexibiliteit van de erythrocyten en gaat de aggregatie van de bloedplaatjes tegen.
Bij de hond wordt de maximale plasmaconcentratie na orale toediening bereikt na 15 minuten. De halfwaardetijd bedraagt 30 minuten en de biologische beschikbaarheid is ongeveer 30%. De metabolisatie heeft plaats in de lever en de eliminatie gebeurt voor 80 tot 90% renaal. Het overige deel wordt uitgescheiden via het spijsverteringsstelsel.
Niet-specifieke inhibitie van fosfodiësterase in de verschillende orgaansystemen geeft aanleiding tot diverse effecten: cardiovasculair, t.h.v. het centraal zenuwstelsel, diuretische effecten, enz.
Braken, allergische reacties en hartstoornissen kunnen voorkomen.
Gelijktijdig gebruik met geneesmiddelen met een gelijkaardige farmacologische werking of met andere xanthinederivaten wordt in bepaalde bijsluiters afgeraden.
De veiligheid van propentofylline is niet onderzocht tijdens dracht en lactatie.
De toediening is daarom niet aangeraden in deze situaties of moet minstens gebaseerd zijn op een postieve baten/risicobeoordeling.