Amlodipine

Amlodipine

NEW
Groep: 
Perifere en centrale vasodilatoren
Indicatie: 
hypertensie
Actief bestanddeel: 
amlodipine
Indicatie: 

Voor de behandeling van systemische hypertensie bij katten (systolische bloeddruk (SBP) >165 mmHg).

Farmacodynamie: 

Amlodipine remt de calciumkanalen in de gladde spiercellen van de bloedvaten en de hartcel. De invloed op de bloedvaten is sterker dan deze op het hart. Amlodepine leidt tot vasodilatatie van voornamelijk de arteriën en arteriolen. Het effect op de veneuze circulatie is gering. De werking van amlodepine treedt langzaam op waardoor een plotse bloeddrukdaling en reflextachycardie niet optreden.
Amlodepine zou in de nieren eerder de afferente dan efferente arteriolen dilateren. Aangezien ACE-remmers eerder de efferente arteriolen dilateren, zou de combinatie van ACE-remmers en amlodipine gunstig kunnen zijn voor katten met hypertensie in combinatie met proteïnurie.

Farmacokinetiek: 

Amlodipine wordt oraal goed geabsorbeerd. De toediening kan met of zonder voedsel gebeuren. De Cmax wordt na 3 à 6 h bereikt. Amlodipine wordt zeer sterk gebonden aan plasmaproteïnen. Het distributievolume bedraagt ongeveer 10 l/kg. Amlodipine wordt gemetaboliseerd in de lever tot inactieve metabolieten. In welke mate de excretie bij de kat via de lever of nieren gebeurt is niet gekend.

Contra-indicatie: 

Cardiogene shock of ernstige aortastenose en ernstig leverfalen.

Bijwerkingen: 

Milde en voorbijgaande emesis en voorbijgaande spijsverteringsstoornissen (b.v. anorexie of diarree), lethargie en dehydratatie. Milde hypoplastische gingivitis kan eveneens voorkomen zonder dat dit een stopzetting van de behandeling vereist.

Interacties: 
  • Gelijktijdig gebruik met diuretica, bètablokkers, andere calciumkanaalblokkers, renineremmers, angiotensine II receptor blokkers, ACE-remmers en aldosteron-antagonisten, andere vasodilatoren en alpha-2-agonisten kan leiden tot hypotensie.
  • Gelijktijdig gebruik van amlodipine met negatieve chronotrope en inotrope stoffen (zoals bètablokkers, cardioselectieve calciumkanaalblokkers en schimmelwerende azolen (b.v. itraconazol) kan de kracht en snelheid van de contractie van de hartspier verminderen.
  • De veiligheid van het gelijktijdig gebruik van amlodipine met de anti-emetica dolasetron en ondansetron, die bij de mens een invloed kunnen hebben op de hartspier, werd niet onderzocht bij katten.
Voorzorgen voor gebruik: 
  • De onderliggende oorzaak van de hyperthensie (hyperthyroïdie, chronische nierziekte of diabetes) dient eveneens behandeld te worden.
  • Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met leveraandoeningen aangezien amlodipine in hoge mate gemetaboliseerd wordt in de lever.
  • De toediening van amlodipine kan soms een afname veroorzaken van de serumkaliumspiegels en serumchloridespiegels. Het wordt aangeraden om deze spiegels tijdens de behandeling te monitoren. Oudere katten met hypertensie en chronische nierziekte (CKD) kunnen ook lijden aan hypokaliëmie als gevolg van hun onderliggende ziekte.
  • Zorg ervoor dat de katten steeds voldoende gehydrateerd zijn.
Voortplanting & lactatie: 

Uit onderzoek bij knaagdieren zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene effecten of gevolgen voor de voortplanting. De veiligheid van het diergeneesmiddel bij katten is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts.