Nederland had de laatste jaren te kampen met een belangrijke epidemie van coxiëllose. Om uitbraken in België te kunnen opsporen heeft het FAVV eind 2009 een bewakingsprogramma op melkschapen- en melkgeitenbedrijven opgestart dat ook in de loop van 2010 behouden bleef (1), (2).
In 2010 werd van januari tot juni maandelijks en vanaf juli om de 2 maanden een tankmelkonderzoek uitgevoerd op bedrijven met melkschapen of melkgeiten. In totaal werden 106 bedrijven onderzocht waarvan er 15 minstens één positieve PCR hadden. Niet alle bedrijven werden elke bemonsteringsronde bemonsterd, gezien er niet altijd het ganse jaar melk geproduceerd werd. Bij de bemonstering van december (70 bedrijven) waren 6 bedrijven positief. Het zijn bedrijven die reeds meerdere maanden positief waren.
Bij een positieve PCR worden de provinciale gezondheidsdiensten door de PCE ingelicht over de locatie van het bedrijf. Dit geldt ook bij een PCR positief abortusonderzoek (runderen, schapen en geiten). Het inlichten van de gezondheidsdiensten heeft als doel de huisartsen in de streek te sensibiliseren om met Q-koorts rekening te houden bij het opstellen van een differentiaaldiagnose.
Op de positieve bedrijven wordt de pasteurisatie van de melk opgelegd (enkel bij tankmelk positieve bedrijven) en worden verschillende hygiënemaatregelen aanbevolen. Er worden ook aanbevelingen verstrekt met betrekking tot de mestverwerking.
Via het EMA werd onlangs een markttoelating onder voorwaarden afgeleverd voor het vaccin Coxevac® (Ceva Santé Animale) voor de duur van één jaar en dit voor runderen en geiten. Het vaccin zou in België dit voorjaar beschikbaar zijn voor geiten (50.000 dosissen aangekocht door het FAVV) en later dit jaar (vermoedelijk september) ook voor runderen. Van zodra het vaccin beschikbaar is, zal op positieve melkgeitenbedrijven verplicht moeten gevaccineerd worden. Na het uitvoeren van deze vaccinatie hoeft de melk niet meer gepasteuriseerd te worden.
De Hoge Gezondheidsraad (HGR) heeft recent aanbevelingen betreffende de preventie en de bestrijding van Q-Koorts bij de mens in België geformuleerd (3). De HGR besluit dat er in België geen sprake kan zijn van een epidemie en dat Q-koorts zich bij de mens beperkt tot een aantal sporadische gevallen. Gezien de overdracht van Coxiella brunetti tussen mensen onderling uiterst zeldzaam is, zijn de aanbevelingen vnl. gericht om de overdracht van dier op mens te vermijden. Deze overdracht gebeurt meestal via inademing van besmette aerosols ontstaan na het werpen of verwerpen. (De aanbevelingen van het Wetenschappelijk advies van het FAVV (2) houden ook rekening met de mest als belangrijke infectiebron.) De HGR stelt dat ook bij de mens de besmetting meestal asymptomatisch verloopt maar dat zwangere vrouwen, mensen met hartkleplijden (cardiale valvulopathie) of een aneurysma, mensen met vaatprothesen en immuungedeprimeerde mensen een verhoogd risico hebben om een ernstige vorm van de ziekte te ontwikkelen. Deze personen moeten contact met gevoelige dieren of contact met de nageboorte van deze dieren vermijden. Ook de plaatsen waar producten (leer, wol) van gevoelige dieren bewerkt worden. Het belang van de aanwezigheid van C. burnetti in de melk is niet duidelijk. Uit voorzorg raadt de HGR risicopersonen af om rauwe melk of producten op basis van rauwe melk te consumeren. De HGR is van mening dat in de huidige epidemiologische omstandigheden de vaccinatie bij de mens niet kan worden aanbevolen.
Bronnen: FAGG, FAVV
- www.favv.be
- Advies 25-2010 betreffende Bewaking, preventie en bestrijding van Coxiella burnetti in rundveebedrijven– Wetenschappelijk Comité van het Federaal Agentschap voor de Veiligehid van de Voedselketen (www.favv.be)
- Aanbevelingen betreffende de preventie en de bestrijding van Q-Koorts in België – Publicatie van de Hoge Gezondheidsraad nr 8633 (12 januari 2011)