Thymol en andere etherische olieën

Thymol en andere etherische olieën

NEW
Groep: 
Antiparasitica voor bijen
Indicatie: 
schurftmijten en luizen
Actief bestanddeel: 
thymol
Indicatie: 

Behandeling van varroase (Varroa destructor) bij de honingbij. (KB 7 maart 2007 en MB 10 augustus 2007).
Zie ook FAVV-Bijenteelt

Geïntegreerde plaagbestrijding
De werking kan variëren tussen de volken vanwege externe omstandigheden (temperatuur, herbesmetting etc.). Daarom dienen de onderstaande producten toegepast te worden in een geïntegreerd bestrijdingsprogramma, waarbij tellingen van de mijtenval regelmatig dienen plaats te vinden. Volken met een gemiddelde mijtval van meer dan 1 mijt per dag, 2 weken nadat de laatste behandeling is gegeven, dienen een extra winter- of voorjaarsbehandeling met een andere actieve stof te ondergaan tegen Varroamijten.

Farmacodynamie: 

Thymol en andere essentiële oliën zullen naargelang de temperatuur in de korf verdampen. Hierdoor komen de varroamijten los van de bijen. Het exacte werkingsmechanisme is niet bekend.

Farmacokinetiek: 

De bloostelling van bijen in de korf gebeurt door verdamping. De farmacokinetiek van thymol in bijen is onbekend.

Contra-indicatie: 

Niet behandelen wanneer de maximale dagtemperatuur hoger is dan 30 °C, dit zou leiden tot een toename van de stress en sterfte bij de volwassen bijen en het broed. Behandelingen bij temperaturen onder de 15 °C kan leiden tot onvoldoende werking. Dien het middel niet toe tijdens het honing (nectar) verzamelen door de bijen. Slinger geen ramen in het voorjaar die in het najaar behandeld zijn geweest. Er wordt aangeraden om niet vaker dan twee maal per jaar te behandelen.

Bijwerkingen: 

Bijen kunnen de suiker- of honingvoorraad direct gelegen onder het plaatje weghalen. Broed dat te dicht onder de plaatjes zit zal ook verwijderd worden. Een verminderde opname van voedsel kan optreden indien het voederen gelijktijdig met de behandeling plaatsvindt. Agitatie van het volk en een minimale toename in de mortaliteit van het bijenbroed en van volwassen bijen kan voorkomen wanneer hogere temperaturen tijdens de behandeling optreden (> 30 °C). Hogere sterfte (> 20 bijen voor de vliegopening) duidt op overdosering.

Interacties: 

Niet samen met andere acaricide middelen toedienen.

Voorzorgen voor gebruik: 

Alle bijenvolken op dezelfde bijenstand moeten op hetzelfde ogenblik behandeld worden.

Uitsluitend gebruiken na de honingoost. Indien de plaatjes aangebracht worden vlak voor of tijdens de honingoogst, kunnen de residuen in de honing toenemen. Dit kan de smaak van de honing aantasten.
Etherische olieën kunnen huid- en oogirritaties veroorzaken.