Folia Veterinaria

Wat zeggen de bijsluiters over de werkzaamheid van BTV-3 vaccins?

datum publicatie: 29-11-2024
Doeldier
rund melkprod
schaap melkprod
geit melkprod
alpaca
wilde dieren
Indicatie
Vaccinatie tegen blauwtong
Actief bestanddeel
blauwtongvirus
Topics
Blauwtong
Vaccinatie
Farmacovigilantie

Blauwtong is een virale ziekte die vooral herkauwers zoals schapen, geiten, runderen en herten treft. Het blauwtongvirus, een Orbivirus, wordt vooral door geïnfecteerde Culicoides-muggen overgebracht. Blauwtongvirus (BTV) is niet gevaarlijk voor mensen en wordt niet door rechtstreeks contact tussen dieren overgebracht omdat de transmissie van het virus afhankelijk is van geïnfecteerde muggen.

In België stelde men in 2023 de eerste uitbraken met blauwtongvirus serotype 3 (BTV-3) vast. In 2024 steeg het aantal infecties met het BTV-3 aanzienlijk, vooral in het noorden van het land, en trof het virus kuddes runderen, schapen en alpaca's. Deze BTV-3-epidemie kende in 2023 zijn oorsprong in Nederland en verspreidde zich snel naar België en Duitsland.
Voor een overzicht van de epidemiologische situatie van blauwtonguitbraken in België zie Sciensano en ESA-bulletin voor de Europese situatie.

Er bestaat geen vaccin tegen BTV-3 in Europa met een ‘vergunning voor het in de handel brengen’ (VHB). De ziekte vormt daarom een voortdurend risico voor veehouderijen. Momenteel worden echter 3 vaccins tegen dit serotype ontwikkeld. Dit betekent dat voor deze vaccins niet alle gegevens beschikbaar zijn over de werkzaamheid en veiligheid die nodig zijn om een vergunning (VHB) te verkrijgen.

Geconfronteerd met de bijzondere epidemiologische evolutie en de urgentie van de situatie heeft het FAGG in mei 2024, op basis van artikel 110 van de Europese Verordening 2019/6, het gebruik van deze 3 vaccins toegestaan. Vrijwillige vaccinatie tegen serotype 3 blijkt echter niet voldoende te zijn. Daarom heeft de federale minister van Landbouw onlangs in een persbericht zijn voornemen aangekondigd om vaccinatie in 2025 te verplichten. De vaccinatieplannen kunnen daarentegen ook worden herzien afhankelijk van de epidemiologische situatie.

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de informatie over de werkzaamheid die vermeld is in de actuele bijsluiters/SKP van de drie BTV-3 vaccins die voor gebruik zijn toegestaan.

Informatie uit de bijsluiters/SKP's

In de bijsluiter/SKP van de BTV-3 vaccins is informatie over de huidige kennis van hun werkzaamheid terug te vinden.

Een belangrijke vaststelling is dat de werkzaamheid niet steeds voor elk doeldier is aangetoond:

  • Bij runderen: 
    Voor Syvazul BTV-3 en Bultavo 3 werd de werkzaamheid niet onderzocht bij het rund.
    Voor Bluevac-3 vermeldt de bijsluiter/SKP voor het rund een reductie van de viremie.
  • Bij schapen: 
    Voor Bluevac-3 en Syvazul BTV-3 vermeldt de bijsluiter/SKP een reductie van klinische symptomen en viremie en voorkoming van sterfte.
    Voor Bultavo 3 vermeldt de bijsluiter/SKP een vermindering van de viremie ter voorkoming van klinische symptomen en sterfte.

Om te kunnen rekenen op bescherming van het vaccin moet ook rekening gehouden worden met de volgende informatie die in de bijsluiter terug te vinden is:

  • Maternale antistoffen kunnen bij jonge dieren de opbouw van een actieve immuniteit na vaccinatie verhinderen. De minimumleeftijd waarop dieren gevaccineerd kunnen worden, is in de bijsluiter/SKP vermeld en wordt in Tabel 1 vermeld.
  • De basisimmunisatie moet afgerond zijn voor het dier met het virus in contact komt. De zogenaamde onset of immunity (OOI) of start van de immuniteit begint bij schapen naargelang het vaccin 21 à 28 dagen na de basisvaccinatie. Enkel voor Bluevac-3 is de OOI voor runderen vastgesteld, 21 dagen na basisvaccinatie. Opgelet, indien de basisvaccinatie uit 2 inentingen bestaat, start de bescherming pas 3 à 4 weken na de laatste inenting. 
    De duur van de bescherming (DOI of duration of immunity) is voor geen enkel van deze vaccins gekend.

Tabel 1 geeft overzicht van deze gegevens.

Wat vertelt de SKP/bijsluiter? Een overzicht van de gegevens uit de bijsluiter van de beschikbare BTV-3 vaccinsWat vertelt de SKP/bijsluiter? Een overzicht van de gegevens uit de bijsluiter van de beschikbare BTV-3 vaccinsWat vertelt de SKP/bijsluiter? Een overzicht van de gegevens uit de bijsluiter van de beschikbare BTV-3 vaccins

In de bijsluiter/SKP wordt het voorzichtig gebruik van deze vaccins ‘bij andere gedomesticeerde of wilde herkauwerssoorten waarvan gedacht wordt dat ze risico op infectie lopen’, niet uitgesloten. Aangezien er geen data voor deze dieren zijn, kunnen er geen garanties gegeven worden over werkzaamheid of veiligheid van de vaccins bij deze dieren. Hetzelfde geldt voor kamelen, alpaca’s en lama’s die geen Ruminantia maar Tylopoda (kameelachtigen) zijn en die dus niet in de bijsluiter/SKP vermeld worden. 

De bijsluiters/SKP’s wijzen op het belang om voor de vaccinatie (en voor andere injecties) voor elke dier steeds een nieuwe naald te gebruiken. Het blauwtongvirus kan namelijk via de injectienaald van het ene dier naar het andere worden overgedragen.