Wat volgt is een schematisch overzicht van de mogelijke maatregelen die getroffen kunnen worden om worminfestaties bij honden en katten te voorkomen of te behandelen. De aandacht gaat vooral uit naar die infestaties die niet alleen bij honden en katten ernstige symptomen kunnen veroorzaken, maar die ook een belangrijk zoönotisch risico vormen voor de mens. Verder worden de preventieve maatregelen beschreven voor het vermijden van hartworm, in ons land alleen van toepassing bij dieren die samen met hun eigenaar naar endemische gebieden reizen.
Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op Richtlijn 1 “Wormbestrijding bij hond en kat” van de European Scientific Counsel Companion Animal Parasites (http://www.esccap.org/uploads/docs/mdutm3mj_1_Wormbestrijding_bij_hond_en_kat.pdf).
Factoren die de kans op infestaties verhogen
- Leeftijd. Jonge dieren (< 1 jaar) zijn vaker drager van patente Toxocara infestaties.
- Dracht (intra-uteriene besmetting van foeti met T. canis bij honden) en lactatie (Toxocara spp. bij hond en kat).
- Kennels, asielen, dieren die buiten leven met andere honden en katten, zwerfkatten, ...
- Eten van wilde prooien, rauw vlees en viscera, ...(Toxocara spp., Taenia spp., Echinococcus spp.).
- Verblijf in endemische gebieden (Echinococcus spp., hartworm).
Spoel- en haakwormen
Spoel- en haakwormen komen overal in Europa voor, vooral jonge dieren (< 1 jaar) scheiden eieren uit. Toxocara komt relatief veel voor bij honden in België, maar de prevalentie van Toxascaris en haakwormen is laag (Claerebout et al., 2009). De haakworm Ancylostoma caninum komt alleen voor in warme gebieden (o.a. Zuid-Europa) en is in België dus enkel een importziekte.
Belangrijkste spp.: Toxocara canis (Ca), T. cati (Fe), Toxascaris leonina (Ca, Fe), Ancylostoma caninum (Ca), Uncinaria stenocephala (Ca)
Omwille van de hoge prevalentie en het zoönotisch potentieel van spoelwormen, worden alle honden en katten best preventief behandeld.
| Jonge Ca en Fe | - Pups: op 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd, vervolgens maandelijks tot 6 maanden oud - Kitten: op 3, 5 en 7 weken leeftijd, vervolgens maandelijks tot 6 maanden oud - Behandel steeds het hele nest samen. - Zogende moederdieren worden tegelijk met zogende pups of kittens behandeld. |
| Volwassen Ca en Fe | - Behandel 4 x/jaar - of 1x/maand in situaties met risico voor de volksgezondheid, zoals verblijf bij een familie met kleine kinderen, waarbij het dier regelmatig buiten komt. |
| Behandel dieren (Ca en Fe) die samen leven op hetzelfde tijdstip. | |
| Producten | - Benzimidazoles, pyrantel, nitroscanaat, selamectine, milbemycine oxime, moxidectine zijn in België beschikbaar als diergeneesmiddel voor de hond. - Benzimidazoles, pyrantel, selamectine, milbemycine oxime, moxidectine en emodepside zijn in België beschikbaar als diergeneesmiddel voor de kat. |
| Risico voor de mens | - Larva migrans! - bijdrage aan overgevoeligheid |
Dipylidium caninum
Eindgastheren zijn honden en katten die zich besmetten door orale opname van besmette vlooien (tussengastheer). Door de hoge prevalentie van vlooien, komt ook Dipylidium veel voor.
| Preventie | Controle ectoparasieten: vlooienpreventie! |
| Behandeling | Praziquantel, nitroscanaat (hond). Gelijktijdig behandelen tegen vlooien |
| Risico voor de mens | - Incidentele opname van besmette vlo door jonge kinderen. - Meestal symptoomloos, soms perianale jeuk. |
Echinococcus
- Echinococcus multilocularis komt vooral voor in Centraal- en Oost-Europa. België ligt op de westelijke grens van het verspreidingsgebied, met hoge prevalenties bij vossen in Wallonië, en lage prevalenties in Vlaanderen (Vervaeke et al., 2003, Losson et al., 2003, Vervaeke et al., 2006; Hanosset et al., 2008). Meestal worden in enzoötische gebieden slechts een klein percentage honden en katten positief bevonden.
- Echinococcus granulosus komt voornamelijk voor in het zuiden van Europa. Eindgastheren zijn vos en hond, tussengastheren zijn herbivoren en omnivoren.
| Welke dieren worden preventief behandeld? |
|
| Behandeling |
|
| Katten zijn minder geschikte gastheren voor deze parasieten en vormen een minimaal risico voor de mens. | |
| Risico voor de mens | Echinococcuscysten in lever en andere organen. Eigenaars van honden dienen geïnformeerd te worden over de eventuele risico’s. |
Hartworm - Dirofilaria immitis
Hartworminfecties (Dirofilaria immitis) zijn endemisch in Zuid- en Oost-Europa, de VS en (sub-) tropische gebieden. De parasiet wordt overgedragen door muggen (Culicidae).
| Preventie | Het beste advies is om de hond of kat thuis te laten wanneer gereisd wordt naar een endemisch gebied. Ca en Fe die naar deze gebieden reizen 1 x /maand behandelen met macrocyclische lactones (selamectine, moxidectine, milbemicyne oxime) tot 1 maand na terugkeer Repellents of insecticiden zijn op zich niet voldoende werkzaam om overdracht van hartworm te voorkomen. |
| Bij honden die reeds eerder in contact hadden kunnen komen met D. immitis dient de afwezigheid van de parasiet aangetoond te worden (+/- 6 maand na infectie zijn circulerende microfilaria of hartwormantigenen die de aanwezigheid van de volwassen worm aantonen, in het bloed aantoonbaar) vooraleer een preventieve behandeling gestart wordt. | |
| Risico voor de mens | Mensen kunnen na een steek van geïnfesteerde mugjes besmet raken. Meestal verloopt de besmetting symptoomloos. |
Meer naar het noorden (o.a. gans Frankrijk) komt eveneens Dirofilaria repens voor. Deze infectie verloopt meestal symptoomloos. In zeer zeldzame gevallen kunnen niet-pijnlijke nodules of in andere gevallen dermatitis voorkomen. Differentiaal diagnose met D. immitis is belangrijk.
Resistentie
Gegevens over resistentie tegen anthelminthica in parasieten van kleine huisdieren zijn haast niet beschikbaar. Bij het gebruik van de klassieke anthelminthica bij honden en katten zijn er voldoende parasitaire stadia buiten de gastheer, zodat men kan aannemen dat het aandeel van de parasitaire populatie dat niet onderhevig is aan resistentieselectie groot genoeg blijft om resistentie in de populatie te vermijden. Bij toename van het aantal behandelingen neemt de kans op resistentie echter toe. In kennels kan regelmatig coprologisch onderzoek uitgevoerd worden om de werking van de behandelingen te controleren.
Controle van parasieten in de omgeving
Parasieten in de feces van geïnfesteerde dieren zijn een bron van besmetting voor andere dieren en voor de mens. De meeste parasitaire stadia in de omgeving zijn bestand tegen omgevingsinvloeden en kunnen lang infectieus blijven. Een aantal parasieten kan eveneens aanwezig zijn in wilde dieren zoals de vos of in verwilderde katten. Een aantal maatregelen kunnen naast het preventief ontwormen van onze huisdieren helpen om de infectiedruk vanuit de omgeving zo klein mogelijk te houden:
- dagelijks opruimen van feces (of meteen indien op de openbare weg), deze niet verwijderen via toilet of niet op de compost gooien
- katten bij voorkeur in kattenbak laten defeceren en feces en kattenbakmateriaal met het huisvuil verwijderen
- voorkom in de mate van het mogelijke dat honden en katten wilde prooien of krengen eten
- in kennels of asielen dienen nieuwe dieren in quarantaine geplaatst te worden en ontwormd te worden bij aankomst
- uitdrogen en UV-licht zijn nefast voor parasitaire stadia in de omgeving
- lokalen kunnen na reiniging worden ontsmet.
Om besmetting van mensen (kinderen!) te vermijden kunnen bijkomend volgende maatregelen worden nageleefd:
- vermijden dat katten of honden toegang hebben tot zandbakken of tot speelplaatsen
- handen wassen na het buiten spelen
- geen ongewassen (bos!)vruchten of groenten eten
- vermijd direct contact met (dode) wilde dieren (vossen!)
Referenties
- Brochier B, De Blander H, Hanosset R, Berkvens D, Losson B, Saegerman C. Echinococcus multilocularis and Toxocara canis in urban red foxes (Vulpes vulpes) in Brussels, Belgium. Prev Vet Med. 2007 Jun 15;80(1):65-73. Epub 2007 Feb 26.
- Claerebout, E., et al., Giardia and other intestinal parasites in different dog populations in Northern Belgium. Vet. Parasitol. (2009), doi:10.1016/j.vetpar.2008.11.024 - Vet. Parasitol. 2009 April, 6 ; 161 (1-2) : 41-46
- ESCCAP, European Scientific Counsel Coppanion Animal Parasites: Worm Control in Dogs and Cats, Guideline 1, Decmber 2006 (www.esccap.org)
- Epe C, Pankow WR, Hackbarth H, Schnieder T, Stoye M. A study on the prevention of prenatal and galactogenic Toxocara canis infections in pups by treatment of infected bitches with ivermectin or doramectin. Appl Parasitol. 1995 May;36(2):115-23.
- Hanosset R, Saegerman C, Adant S, Massart L, Losson B. Echinococcus multilocularis in Belgium: prevalence in red foxes (Vulpes vulpes) and in different species of potential intermediate hosts. Vet Parasitol. 2008 Feb 14;151(2-4):212-7.
- Krämer F, Hammerstein R, Stoye M, Epe C. Investigations into the prevention of prenatal and lactogenic Toxocara canis infections in puppies by application of moxidectin to the pregnant dog. J Vet Med B Infect Dis Vet Public Health. 2006 Jun;53(5):218-23.
- Losson B., Kervyn T., Detry J., Pastoret P-P., Mignon B., Brochier B. Prevalence of Echinococcus multilocularis in the red fox (Vulpes vulpes) in southern Belgium. Vet. Parasitol. 2003 Aug 5; 117: 23-28
- Vervaeke M., Dorny P., Vercammen F., Geerts S., Brandt J., Van Den Berge K., Verhagen R. Echinococcus multilocularis (Cestoda, Taeniidae) in Red foxes (Vulpes vulpes) in northern Belgium. Vet. Parasitol. 2003 May 7, 115: 257-263
- Vervaeke M, van der Giessen J, Brochier B, Losson B, Jordaens K, Verhagen R, Coulander Cde L, Teunis P. Spatial spreading of Echinococcus multilocularis in Red foxes (Vulpes vulpes) across nation borders in Western Europe. Prev Vet Med. 2006 Oct 17;76(3-4):137-50. Epub 2006 Jul 26.