Verlichting van pijn bij osteoarthritis bij katten.
Frunevetmab en relfovetmab zijn gefeliniseerde monoklonale antistoffen die met de nerve growth factor (NGF) binden.
Bij volwassen dieren blijkt NGF een belangrijke rol te spelen in de sensitisatie van nociceptoren na weefselbeschadiging. Inhibitie van de door NGF celgemedieerde signaaloverdracht door monoclonale antistoffen heeft een analgetisch effect bij osteoartritis
Deze monoclonale antistoffen zijn speciesspecifiek om het risico op immuunreacties tegen deze antistoffen te reduceren.
Immunogeniciteit (productie van antilichamen tegen frunevetmab):
In de frunevetmab-veldstudies werd bij een aantal katten (n=19) een reeds bestaande immunogeniciteit vastgesteld die niet werd versterkt door de toediening van het geneesmiddel en bij 1 kat verhoogde immunogeniciteit na behandeling met frunevetmab.
Frunevetmab wordt maandelijks en relfovetmab om de 3 maanden subcutaan toegediend.
Er wordt van uitgegaan dat deze monoclonale antistoffen afgebroken wordt zoals endogene eiwitten.
Niet gebruiken bij:
- overgevoeligheid,
- katten jonger dan 12 maanden of met een lichaamsgewicht kleiner dan 2,5 kg,
- fokdieren, drachtige of lacterende dieren.
- Onmiddellijke pijn bij injectie: zeer vaak (> 1/10 behandelde dieren). (relfovetmab)
- Pijn bij injectie en alopecie: zelden (1 tot 10 /10.000 behandelde dieren) (frunevetmab)
- Dermatitis: vaak (1 tot 10/100 behandelde dieren) (relfovetmab)
- Vaak focale huidreacties zoals pruritus, dermatitis en alopecia (bij >1 maar < 10/1.000 behandelde dieren) (frunevetmab)
- Zeer zelden anafylaxie (< 1 dier/10.000 behandelde dieren) (frunevetmab)
Er is geen informatie over het gelijktijdig gebruik van deze monoclonale antistoffen met NSAID’s bij de kat.
Vaccins dienen op een andere plaats toegediend worden dan de monoclonale antistoffen.
De veiligheid van frunevetmab en relfovetmab werd niet onderzocht bij katten met nierziekte (IRIS-stadium 3 en 4). Het gebruik van deze monoclonale antistoffen moet in dit geval gebaseerd worden op een positieve risiko/baten-analyse.
Bij langdurig gebruik zou de inductie van tijdelijke of persisterende antilichamen de werkzaamheid van het diergeneesmiddel kunnen verminderen.
Bij accidentele injectie kunnen personen overgevoeligheidsreacties vertonen. Gezien de rol van NGF bij de embryonale en foetale ontwikkeling, dienen zwangere vrouwen, vrouwen die zwanger wensen te worden of vrouwen die borstvoeding geven, bijzonder voorzichtig te zijn om accidentele injecties te vermijden.
Niet toedienen aan fokdieren, drachtige of lacterende dieren.