Prostaglandinen (PG) worden gebruikt voor al die indicaties waarbij het corpus luteum in regressie moet gaan.
Paard:
- Indien PG worden toegediend aan een merrie die niet hengstig werd gezien en waarbij er zich op één van de ovaria een corpus luteum bevindt dat minstens 6 dagen oud is, zal er na 3 tot 4 dagen een fertiele oestrus optreden. Het kan gaan om merries waarbij de bronst gemist werd (suboestrus), om merries waarbij embryonale sterfte optrad of om merries waarbij het corpus luteum persisteert. Dit laatste kan voorkomen tijdens lactatie, bij pyometra, of na foetale sterfte na de 40ste dag van de dracht. Is er foetale sterfte opgetreden dan is de werkzaamheid van PG zeer variabel tot onvoldoende wegens de aanwezigheid van endometriumcups, die PMSG produceren (met LH-effect bij de merrie).
- Het opwekken van een abortus vóór de 40ste dag van de dracht. In dit geval veroorzaken PG regressie van het corpus luteum graviditatis, wat leidt tot embryonale sterfte. Oestrus treedt 3 tot 4 dagen later op.
Ezel:
- Oestrusinductie bij ezelinnen met een functioneel corpus luteum.
Rund:
- Behandeling van suboestrus. Cyclerende runderen, maar waarbij geen bronst is waargenomen (suboestrus), reageren op toediening van PG met het optreden van bronst 3 tot 7 dagen later, mits een corpus luteum van minstens 6 dagen oud aanwezig is op het moment van toediening. Deze bronst kan sterk variëren in hevigheid van vrijwel geen symptomen tot uitgesproken bronstsymptomen. Herhaal de behandeling indien nodig na 10-11 dagen.
- Oestrussynchronisatie. Met PG kan oestrussynchronisatie worden verkregen op voorwaarde dat de te behandelen dieren cycleren. Twee PG- injecties gegeven met 11 tot 12 dagen tussentijd, zorgen voor synchronisatie van de bronst. De vruchtbaarheid van deze bronst is bij koeien vrij laag, terwijl deze bij vaarzen normaal is.
- Behandeling van pyometra of van purulente endometritis. Bij pyometra is er steeds een corpus luteum persistens aanwezig, waardoor bronst uitblijft en pus zich intra-uterien ophoopt. PG doen het corpus luteum regresseren waardoor er bronst optreedt en de baarmoeder door myometriumcontracties wordt geleegd. Omdat een pyometra vaak recidiveert, is het aanbevolen om tweemaal met een tussentijd van 14 dagen te behandelen. Ook bij purulente endometritis, het een voorstadium van een pyometra, wordt tweemaal PG-behandeling geadviseerd.
- Het opwekken van abortus. Is een rund ongewenst gedekt, kan met PG zeer eenvoudig een abortus worden opgewekt, mits de dekking minstens 6 dagen tevoren plaatsvond en het dier niet langer dan 80 dagen drachtig is. Na de 80ste dag vermindert de kans dat er met één PG-injectie abortus kan worden opgewekt. In de 4de en 5de maand van de dracht zijn 3 tot 4 injecties nodig om een abortus op te wekken, steeds met enkele dagen tussen.
- Partusinductie. Partusinductie met PG is bij het rund mogelijk vanaf de 250ste dag van de graviditeit. Wanneer de partus geïnduceerd wordt tussen de 250ste en 260ste dag is het kalf veelal dood en is er een verhoogde kans op retentio secundinarum. Vanaf dag 270 van de dracht kan de partus veilig geïnduceerd worden met één dosis en vermindert de kans op retentio secundinarum. Partusinductie kan gewenst zijn in gevallen van overdracht, ernstig uieroedeem, een hydrallantois en ernstige ziekte van het moederdier.
- Behandeling van een koe met een gemummificeerde foetus. Ook hier is sprake van een corpus luteum persistens op één van de ovaria. Toediening van PG veroorzaakt het op gang komen van de expulsie van de gemummificeerde foetus. Soms is één injectie met PG onvoldoende en dient na enkele dagen een 2de injectie te worden gegeven. In dat geval is het aan te raden de PG-injectie te combineren met oestrogenen omdat daardoor de cervix beter relaxeert en de kans groter wordt dat de foetus wordt uitgedreven.
- Behandeling van ovariële cysten (9-14 dagen na toediening GnRH-analoog)
Geiten:
- Oestrussynchronisatie. Met een eenmalige dosis PG kan oestrussynchronisatie worden verkregen. Indien er geen tekenen van oestrus zijn, herhaal de behandeling na 9-10 dagen.
Varken:
- Partusinductie. Er zijn talrijke redenen om de partus bij de zeug te induceren. De belangrijkste zijn het gegroepeerd afbiggen en het kunnen overleggen van de biggen. De PG-injectie mag niet te vroeg worden toegediend (niet meer dan 2 dagen voor de gemiddelde draagtijd van de zeugenstapel), om de overlevingskansen van de biggen niet te verkleinen. De partus treedt 24 tot 40 h na de PG-toediening op. Wordt 20 tot 24 h na de PG-injectie oxytocine toegediend dan volgt de partus enkele uren na de oxytocine injectie.
- Uitdrijving van een toom gemummificeerde biggen. Heeft de zeug niet op de normale tijd gebigd, is de kans groot dat alle biggen gemummificeerd zijn. Na een PG-injectie volgt 1 tot 2 dagen later de geboorte van de gemummificeerde biggen. Uiteraard dient gecontroleerd te worden of er geen vergissingen zijn begaan bij de berekening van de partusdatum.
Prostaglandine F2alfa wordt aan het einde van de cyclus en van de dracht door het endometrium in het bloed gesecreteerd. Het komt ook voor in het sperma en in het corpus luteum. Synthetische preparaten zijn beschikbaar en hebben een luteolytische werking. Ze stimuleren de gladde spiercellen van onder andere het myometrium. De lysis van het corpus luteum is het gevolg van een sterke lokale vasoconstrictie waardoor de luteale cellen afsterven. Het uitgebreide werkingsspectrum van dit prostaglandine varieert sterk naargelang de diersoort.
Deze stoffen worden gekenmerkt door een snelle metabolisatie ter hoogte van de longen, de lever, de nier en andere organen. De uitscheiding gebeurt voornamelijk via de nieren. De halfwaardetijd bedraagt enkele minuten.
Gewenste dracht.
Intraveneuze toediening
Toediening aan oudere dieren of dieren met cardiovasculaire, gastro-intestinale of ademhalingsproblemen.
Niet gebruiken voor partusinductie bij vermoeden van mechanische dystocia.
De werkzaamheid en de mate waarin nevenwerkingen optreden, hangen sterk af van de gebruikte dosis, de aard van de gebruikte molecule, de diersoort en de individuele gevoeligheid van het dier. Bijwerkingen die minder uitgesproken zijn bij het gebruik van synthetische preparaten, zijn: diarree, braken, overmatig zweten en speekselen, tachypnee, spasmen van de gladde spiercellen (verhoogde frequentie van urineren en ontlasten) en abortus bij drachtige dieren. Inductie van de partus of abortus kan dystocie, doodgeboorte en/of metritis veroorzaken.
Lokale reacties en lokale bacteriële infecties kunnen in zeldzame gevallen voorkomen. Reinig en desinfecteer de injectieplaats voor toediening.
Prostaglandines kunnen de werking van oxytocine versterken.
Niet toedienen in combinatie met NSAID's, gezien deze de synthese van endogene prostaglandines kunnen remmen.
Reinig en desinfecteer de injectieplaats voor toediening.
Vermijd zelfinjectie en huidcontact. PG kunnen door de huid geabsorbeerd worden en leiden tot bronchospasmen en miskraam. Zwangere vrouwen, vrouwen die zwanger wensen te worden of personen die lijden aan astma of andere chronische ademhalingsstoornissen dienen contact met deze stoffen te vermijden, aangezien transcutane absorptie mogelijk is.
Deze stoffen kunnen een gewenste dracht onderbreken. Veiligheid voor gebruik tijdens lactatie is afhankelijk van het gebruikte product.