Farmacotherapeutische info

Fenothiazines

UPDATED
datum meest recente update: 05-12-2025
Groep
Neuroleptica
Indicatie
sedatie
braken
Actief bestanddeel
acepromazine

De meest gebruikte fenothiazines in de diergeneeskunde zijn acepromazine en propionylpromazine. In België is enkel acepromazine beschikbaar.

Indicatie

Acepromazine is werkzaam bij alle diersoorten maar wordt enkel gecommercialiseerd voor kalmering, sedatie (zonder analgetische eigenschappen) en premedicatie van de anesthesie bij honden, katten en niet-voedselproducerende paarden. Bij honden en katten is anti-emesis bij reisziekte of voor chirurgische interventies eveneens een indicatie.

Farmacodynamie

Fenothiazines hebben naast de hierboven beschreven werking eveneens cardiovasculaire effecten door hun sympathicolytische eigenschappen (alfa-1-receptorantagonisme). Dit leidt tot vasodilatatie in het perifere vaatbed, met hypotensie, verlies van warmte en hypothermie tot gevolg. Bradycardie kan optreden door blokkade van de dopaminerge receptoren, gevolgd door een reflectorische tachycardie als reactie op de hypotensie en antimuscarinerge effecten. Hun anti-aritmische eigenschappen kunnen worden aangewend voor het bestrijden van ritmestoornissen geïnduceerd door andere stoffen, zoals catecholamines of halothaan. Acepromazine werkt niet analgetisch. 

Farmacokinetiek

Acepromazine heeft een groot distributievolume en bindt in hoge mate aan de plasma-eiwitten. Het optimale klinisch effect treedt relatief langzaam op (ongeveer 15 min na iv-injectie) en houdt lang aan (meer dan 8 u). Na metabolisatie in de lever worden de metabolieten in de urine uitgescheiden.

Contra-indicatie

De belangrijkste contra-indicaties zijn alle vormen van hypovolemie en shock. Bij het gebruik van deze moleculen is voorzichtigheid geboden bij dieren met leverlijden, nierinsufficiëntie, hartaandoeningen, epileptiforme aanvallen en verzwakte dieren. Ze moeten worden vermeden bij aandoeningen van het zenuwstelsel (meningitis, encefalitis en bij intoxicaties met convulsie inducerende stoffen zoals strychnine). Sommige hondenrassen, zoals de Boxer en de Greyhound, vertonen een hogere gevoeligheid voor de werking van fenothiazines.
Gebruik bij dekhengsten.

Bijwerkingen

Hypotensie en reflectoire tachycardie.
Ontregeling van de lichaamstemperatuur.
Hun invloed op het ademhalingsstelsel veroorzaakt een daling in de ademhalingsfrequentie zonder dat er grote wijzigingen ontstaan in de bloedparameters. Door de inhibitie van perifere alfa-1-receptoren treedt een opstapeling van bloed op in de milt (met daling van de hematocriet) bij de hond en het paard (stapelmilt). Bij het paard kan een penisprolaps en parafimose optreden door de geïnduceerde vasodilatatie. Indien deze aanhoudt kan een permanente paralyse ontstaan. Bij hengsten is daarom het laagste doseringsbereik aangeraden. Omdat acepromazine de secretie van prolactine verhoogt, kan dit vruchtbaarheidsproblemen geven. Een verlenging van het QT-interval en omkeringen van de ECG-golven werden beschreven, vooral bij gelijktijdig gebruik van bepaalde antihistaminica. Vooral bij honden en paarden kan protrusie van het derde ooglid optreden. Bij accidentele overdosering treedt er ernstige hypotensie op waarbij een symptomatische therapie ingesteld kan worden: intensieve vochttoediening is primordiaal. Adrenaline is niet aangewezen. Enkel noradrenaline, efedrine en fenylefrine (minimale bèta-2-activiteit, voornamelijk alfa-1-stimulatie) kunnen gebruikt worden. Convulsies kunnen worden behandeld met barbituraten of benzodiazepines. Katten zijn gevoeliger aan overdosering dan honden. 

Interacties

De werking van organische fosfaatesters en procaïne wordt versterkt. Stoffen die een onderdrukkende rol uitoefenen op het centraal zenuwstelsel (barbituraten, anesthetica, enz.) versterken de werking van acepromazine. Middelen gebruikt tegen diarree (pectine, bismuthsalicylaten) en anti-acida kunnen de resorptie van oraal toegediend acepromazine verlagen. Fenothiazines blokkeren alfa-1-adrenerge receptoren; gelijktijdige toediening van adrenaline kan leiden tot verhoogde bèta-activiteit met vasodilatatie en verhoogde hartslag. Plasmaconcentraties van propranolol (bèta-blokkers) en fenothiazines stijgen wanneer ze samen toegediend worden. Opiaten versterken de hypotensieve eigenschappen van fenothiazines.

Voorzorgen voor gebruik

Acepromazine heeft geen analgetische werking.
Injecties dienen traag toegediend te worden om exitatie te vermijden.
Opwinding bij het dier kan de werking van acepromazine tegengaan.
Acepromazine kan agressieve honden gevoeliger maken voor omgevingsgeluiden en andere stimuli waardoor de agressie nog kan toenemen.
Er zijn individuele en rasverschillen die de werking van acepromazine beïnvloeden.
Omdat er geen antidoot is, wordt acepromazine best vermeden bij honden met een MDR1-mutatie of wordt de dosis aangepast (-25% heterozygote dragers, en -50% homozygote dragers).

Voortplanting & lactatie

Het veilig gebruik van fenothiazines bij drachtige of lacterende honden en katten werd niet aangetoond. Ookal worden deze stoffen als relatief veilig beschouwd, is het gebruik bij dracht en lactatie niet aangeraden.

Diergeneesmiddelen

In dezelfde Farmacotherapeutische groep