Folia Veterinaria

Ezels zijn geen kleine paarden: zorg voor aangepaste posologie – Deel 1: Sedatie en anesthesie

datum publicatie: 28-11-2025
Doeldier
ezel
Indicatie
sedatie
anesthesie algemeen
analgesie - pijn
Actief bestanddeel
acepromazine
detomidine
dexmedetomidine
medetomidine
romifidine
xylazine
butorfanol
buprenorfine
tramadol
alfaxalone
guaifenesine
ketamine
propofol
isofluraan
Topics
Alfa-2-adrenerge agonisten
Opioïden
Analgesie
Anesthesie
Sedatie

“Een ezel castreren? Geen probleem, ik gebruik gewoon mijn standaard sedatieschema voor paarden.” Maar een kwartier later staat het dier alweer recht. Herkenbaar? 

Ezels reageren anders op sedativa en anesthetica dan paarden. Hun metabolisme is sneller, hun pijnsignalen subtieler en hun gedrag vaak misleidend sereen. Het risico? Onderschatting van pijn, onvoldoende verdoving en complicaties tijdens of na de ingreep. 

In dit artikel ontdek je hoe je de meest gebruikte sedativa, anesthetica en opioïde analgetica beter kunt afstemmen op de unieke fysiologie van de ezel. 

Een tweede artikel zal de NSAID’s en antibiotica behandelen: ook bij deze middelen volstaat het doseringsschema voor paarden niet.

Key messages

  • Ezels metaboliseren sedativa, anesthetica en opioïden sneller dan paarden. Standaard doseringen voor paarden zijn daarom onvoldoende betrouwbaar en potentieel ineffectief.
  • De werkingsduur van middelen zoals xylazine, ketamine en butorfanol is korter bij ezels, waardoor frequente herdosering of combinatietherapie nodig kan zijn.
  • Combinaties van α2-agonisten met opioïden versterken zowel de diepte als de duur van sedatie en analgesie, en zijn vaak klinisch superieur aan monotherapie.
  • Tramadol blijkt weinig effectief door een gebrek aan actieve metabolietvorming. Andere opioïden zoals butorfanol en buprenorfine zijn betrouwbaardere keuzes.
  • Doseringsaanbevelingen zijn nog maar beperkt wetenschappelijk onderbouwd. De beschikbare studies bieden waardevolle inzichten, maar meer onderzoek is nodig om veilige en effectieve behandelingsrichtlijnen voor ezels te ontwikkelen. Goede monitoring, correcte gewichtsschatting en een diersoortspecifieke aanpak zijn essentieel voor veilige sedatie en anesthesie bij ezels.

Farmacologische en fysiologische bijzonderheden bij ezels

Ezels reageren anders dan paarden, zowel gedragsmatig als farmacologisch. Ze uiten pijn en stress minder expliciet, waardoor de klinische evaluatie van sedatie en analgesie complexer wordt1,2. Daarbij komt dat er geen enkel preparaat voor sedatie of anesthesie geregistreerd is voor gebruik bij ezels. Elke toepassing gebeurt dus onder de cascaderegeling, met als uitgangspunt doseringen voor paarden. Wie vertrekt van deze doseringen voor paarden, riskeert echter onvoldoende sedatie en analgesie evenals postoperatieve complicaties3

Een veilige anesthesie start met een grondige preoperatieve evaluatie. Hoewel de algemene principes vergelijkbaar zijn met die bij paarden, vereist de uitvoering bij ezels een specifieke aanpak. Zo is het schatten van het lichaamsgewicht essentieel voor correcte dosering, maar zijn klassieke weeglinten voor paarden hiervoor ongeschikt. Indien een weegschaal niet voorhanden is, is het aanbevolen een voor ezels specifieke gewichtsschatter te gebruiken2,4. Ook biochemische parameters verschillen: ACTH- en triglyceridenwaarden liggen bij gezonde ezels doorgaans hoger, insulinewaarden lager, terwijl cortisolconcentraties vergelijkbaar zijn tussen ezels en paarden2,5,6. Deze verschillen onderstrepen het belang om diersoortspecifieke referentiewaarden te consulteren2.

Sedatie bij ezels: kortere duur, maar niet minder doeltreffend

Ezels reageren doorgaans goed op gangbare α2-agonisten zoals xylazine, detomidine en romifidine. De effectieve dosissen bij ezels zijn vergelijkbaar met die voor paarden, al blijft individuele monitoring onmisbaar. Bij muildieren is een tot 50% hogere dosis nodig om dezelfde sedatie te bereiken als bij paarden7. Het sedatieve effect van α2-agonisten houdt zowel bij paarden als bij ezels langer aan dan hun analgetisch effect. Een gesedeerde ezel is dus niet per definitie pijnvrij. Aanvullende pijnstilling is daarom geen overbodige luxe8

Belangrijk is dat ezels sedatie anders uiten dan paarden. Klassieke signalen zoals een hangend hoofd, zwalkend gangwerk of verminderde alertheid zijn vaak minder uitgesproken. Een ezel kan dus adequaat gesedeerd zijn zonder dat dit meteen zichtbaar is. Dit vraagt een andere interpretatie van klinische observaties en bevestigt het belang van ervaring bij evaluatie van sedatiediepte9.

Daarnaast heeft stress een aanzienlijke invloed op het effect van sedativa. Een onrustige omgeving kan de werking verminderen of maskeren. Zorg daarom voor rust, voorspelbaarheid en minimaliseer externe prikkels. Ezels kalmeren ook sneller wanneer soortgenoten in de buurt zijn, vooral tijdens voorbereiding en recovery9.

Hieronder volgt een overzicht van de huidige wetenschappelijke gegevens over sedativa bij ezels. De aanbevolen doseringen vind je in Tabel 1.  

Xylazine is een van de meest gebruikte sedativa bij ezels. Bij een dosis van 0,6-1,2 mg/kg IV treedt sedatie doorgaans op binnen de 5 minuten. De werkingsduur bij ezels is beperkt tot 30-45 minuten, ten opzichte van 50-60 minuten bij paarden10–12. Het analgetisch effect is bovendien van kortere duur, vaak slechts 10 minuten. Onderzoek toont aan dat de analgetische werking dosisafhankelijk is en vergelijkbaar is bij ezels en paarden13. Toch blijft oplettendheid geboden: ezels uiten pijn subtieler, wat een risico op onderschatting van pijn bij ezels met zich meebrengt1,13. Xylazine volstaat dan ook niet bij pijnlijke procedures, tenzij gecombineerd met aanvullende analgetica zoals een opioïde (bv. butorfanol).

Detomidine is potenter dan xylazine betreffende duur en diepte van sedatie . Een dosis van 0,02–0,06 mg/kg IV geeft een duidelijke sedatie die gemiddeld 90 tot 140 minuten aanhoudt11. Opvallend is dat, in tegenstelling tot bij paarden, een hogere dosis bij ezels de duur van de sedatie niet verlengt11,14. Ook de sublinguale gel (0,04 mg/kg) zorgt voor adequate sedatie in ezels, mits een absorptietijd van minstens 40 minuten wordt gerespecteerd15. Detomidine is bovendien potenter en heeft een langduriger analgetisch effect dan xylazine, wat detomidine bijzonder geschikt maakt voor pijnlijke ingrepen8.

Romifidine zorgt bij paarden voor een stabiele sedatie zonder uitgesproken ataxie. Bij ezels is het effect gelijkaardig, al is de werkingsduur opnieuw iets korter: 30-60 minuten ten opzichte van 120 minuten bij paarden16,17. De aanbevolen dosis bedraagt 0,05–0,1 mg/kg IV. Dankzij zijn evenwicht bewarende eigenschappen is romifidine ideaal voor staande ingrepen. Bovendien biedt het een dosisafhankelijk analgetisch profiel dat vergelijkbaar is met detomidine: langduriger en potenter dan dat van xylazine en dus goed inzetbaar bij pijnlijke procedures12,17.

Wanneer langdurige sedatie of krachtige analgesie vereist is, wordt vaak gekozen voor combinatie van een α2-agonist en een opioïde, zoals butorfanol. Deze combinatie versterkt zowel de diepte als de duur van de sedatie én het analgetisch effect. Hierdoor is het bijzonder geschikt voor korte, pijnlijkere procedures8,18.

Voor minder invasieve handelingen, waar diepe sedatie niet noodzakelijk is, kan acepromazine in combinatie met xylazine voldoende zijn. Hoewel acepromazine (0,03-0,05 mg/kg IV) een goede tranquilizer is, moet er rekening gehouden worden met een verlengde recoverytijd. Ezels reageren minder uitgesproken op de dosering die courant gebruikt wordt bij paarden (0,05 mg/kg IV) waardoor een hogere dosis (0,10 mg/kg IV) nodig is om een gelijkaardig effect te bekomen19.

Dosering van middelen voor sedatie bij ezels

Opioïden bij ezels

Opioïden blijven een hoeksteen van pijnbestrijding, ook bij ezels. Waar bij paarden ruime ervaring en literatuur beschikbaar zijn, is het gebruik bij ezels daarentegen nog onderbelicht. De farmacokinetiek verschilt van die bij paarden, wat zorgvuldige dosering en nauwgezette monitoring vereist12

Butorfanol (20–40 µg/kg IM of IV), een κ-receptoragonist en µ-receptorantagonist, is het meest gebruikte opioïde bij ezels. Hoewel het goed werkzaam is, blijkt uit recent farmacokinetisch onderzoek dat de eliminatiehalfwaardetijd na IV toediening bij ezels slechts 0,83 uur bedraagt, aanzienlijk korter dan de 2,3 tot 7,7 uur bij paarden. Na IM toediening daarentegen bleek de halfwaardetijd bij ezels juist langer dan bij paarden: respectievelijk 1,6 uur versus 0,57 uur20. Deze farmacokinetische verschillen hebben duidelijke klinische implicaties: butorfanol is vooral geschikt voor kortdurende ingrepen of voor situaties waar snelle sedatie gewenst is, en de werkingsduur hangt sterk af van de toedieningsweg.

Het combineren van butorfanol met een α2-agonist leidt tot een versterkte werking: zowel de sedatiediepte als de analgetische werking nemen toe8,18,21. Uit studies blijkt dat ezels bij toediening van alleen xylazine (1 mg/kg IM) vaak reactief blijven op externe prikkels en slechts beperkte analgesie vertonen, vooral bij meer invasieve of pijnlijke handelingen12. Bij toevoeging van butorfanol (bijvoorbeeld 40 µg/kg IM) werd daarentegen een meer uitgesproken, langdurige en consistente sedatie waargenomen, met verminderde respons op tactiele en nociceptieve stimuli8. Dit is klinisch relevant, omdat het de veiligheid en werkbaarheid van procedures zoals tandheelkunde, echografie of kleine chirurgische ingrepen aanzienlijk vergroot.

Tramadol (in België enkel geregistreerd voor gebruik bij honden) kan theoretisch als alternatief opioïde dienen, maar blijkt het bij ezels weinig effectief. De verklaring ligt in de metabolisatie: ezels produceren weinig van de actieve metaboliet M1 (O-desmethyltramadol), die tot 300 keer potenter is dan tramadol zelf. In plaats daarvan wordt tramadol voornamelijk omgezet naar inactieve metabolieten zoals M222,23. De eliminatie halfwaardetijd is kort (1,55 uur IV) en de orale biologische beschikbaarheid bedroevend laag (11,7 %), wat orale toepassing in de praktijk minder geschikt maakt22. (Meer info over de biotransformatie van tramadol in dit Folia artikel van 2021). 

Buprenorfine, een partiële µ-agonist, biedt een langdurigere analgesie dan butorfanol, maar is moeilijker te titreren. Gegevens bij ezels zijn beperkt. De aanbevolen dosis bedraagt 0,006–0,01 mg/kg IV, met nauwgezette monitoring van ademhaling, darmmotiliteit en gedrag12.

Dosering van opioïden bij ezels

Ook veilige anesthesie vraagt maatwerk

Het veilig onder narcose brengen van ezels is geen eenvoudige kopie van de procedure voor paarden. Zeker in veldomstandigheden blijft dit een uitdaging die kennis, inzicht en maatwerk vereist. Omdat paardenweeglinten ongeschikt zijn voor ezels, is het inschatten van het lichaamsgewicht moeilijker. Indien een weegschaal niet voorhanden is, is een voor ezels specifieke gewichtsschatter is daarom onmisbaar om correcte doseringen te berekenen4

Ketamine (2,2 mg/kg IV), één van de meest gebruikte anesthetica, wordt bij ezels aanzienlijk sneller gemetaboliseerd dan bij paarden. Hierdoor houdt de narcose minder lang stand en zijn frequente herdoseringen nodig. Waar paarden doorgaans 15 tot 20 minuten stabiel blijven na een IV bolus (2,2 mg/kg), hebben ezels meestal na 10 minuten een extra toediening nodig (0,5–1,1 mg/kg IV, op effect)24

Voor langdurige ingrepen biedt een combinatie van ketamine, xylazine en guaifenesine (de zogenaamde GKX-combinatie) een waardevol alternatief (zie Tabel 3). Toch vereist deze combinatie oplettendheid: ezels reageren gevoeliger op guaifenesine dan paarden. Ze bereiken sneller laterale decubitus, en doordat ze guaifenesine sneller metaboliseren, is de werkingsduur korter dan verwacht25. Vermijd daarom doseringen >150 mg/kg om respiratoire en cardiovasculaire depressie te voorkomen. Om de anesthesie stabieler te houden, kan het nuttig zijn het ketamine-gehalte in de GKX-combinatie te verdubbelen, namelijk van 1 mg/kg naar 2 mg/kg26.

Voor een gecontroleerde inductie is de combinatie van propofol met ketamine (0,5-1 mg/kg en 1,5-2 mg/kg respectievelijk) betrouwbaar. Deze combinatie levert een snelle, voorspelbare inductie, met betere spierrelaxatie, langere anesthesieduur en vlottere recovery dan ketamine alleen27. Door de hoge kostprijs wordt propofol vooral bij miniatuurezels ingezet. Bij paarden verhogen hogere doses propofol het risico op inductieapneu, maar bij ezels werd dit in de genoemde studie niet vastgesteld. Toch blijft het aanbevolen om bij gebruik van propofol een tracheale tube te voorzien.

Bij procedures die langer dan één uur duren, of bij oudere en dieren met een verhoogd anesthesierisico (ASA klasse III-IV), verdient inhalatie-anesthesie de voorkeur. Isofluraan heeft bij ezels een vergelijkbare minimale alveolaire concentratie (MAC) als bij paarden28. Tijdens inhalatie-anesthesie wordt intraveneuze toediening (5-10 mL/kg/u) van isotone oplossing aangeraden om de bloeddruk op peil te houden12

Dosering van middelen voor inductie en onderhoud van de anesthesie bij ezels

Conclusie: wetenschappelijke leidraad, maar klinisch oordeel blijft onmisbaar

Ezels verwerken sedativa en anesthetica anders dan paarden. De keuze van middelen, dosering, toedieningsweg en monitoring moeten daarom specifiek worden afgestemd op de diersoort. Hoewel wetenschappelijk onderzoek bij ezels toeneemt, blijft veel kennis gebaseerd op kleinschalige of experimentele studies. In afwachting van robuustere richtlijnen en diergeneesmiddelen geïndiceerd voor ezels, is het klinisch oordeel van de dierenarts, ondersteund door nauwgezette monitoring, essentieel voor een veilige en effectieve praktijkvoering.


Referenties

  1. Ashley, F. H., Waterman-Pearson, A. E. & Whay, H. R. Behavioural assessment of pain in horses and donkeys: Application to clinical practice and future studies. Equine Veterinary Journal vol. 37 565–575 Preprint at https://doi.org/10.2746/042516405775314826 (2005).
  2. Lizarraga, I. & Castillo-Alcala, F. Intrinsic characteristics of donkeys that affect drug treatment. Journal of Equine Veterinary Science vol. 154 Preprint at https://doi.org/10.1016/j.jevs.2025.105700 (2025).
  3. Grosenbaugh, D. A., Reinemeyer, C. R. & Figueiredo, M. D. Pharmacology and therapeutics in donkeys. Equine Vet Educ 23, 523–530 (2011).
  4. Svendsen, E. D. Appendix 3: Heart Girth Nomogram. The Professional Handbook of the Donkey. (Whittet Books, Wiltshire, 2008).
  5. Svendsen, E. D. Appendix 1-3: Physiological, Haematological and Biochemical Parameters. In: The Professional Handbook of the Donkey. (Whittet Books, 2008).
  6. Dugat, S. L., Taylor, T. S., Matthews, N. S. & Gold, J. R. Values for Triglycerides, Insulin, Cortisol, and ACTH in a Herd of Normal Donkeys. J Equine Vet Sci 30, 141–144 (2010).
  7. Latzel, S. T. Subspecies Studies: Pharmacokinetics and Pharmacodynamics of a Single Intravenous Dose of Xylazine in Adult Mules and Adult Haflinger Horses. J Equine Vet Sci 32, 816–826 (2012).
  8. Lizarraga, I. & Castillo-Alcala, F. Sedative and mechanical hypoalgesic effects of butorphanol in xylazine-premedicated donkeys. Equine Vet J 47, 308–312 (2015).
  9. Regan, F. H., Hockenhull, J., Pritchard, J. C., Waterman-Pearson, A. E. & Whay, H. R. Identifying behavioural differences in working donkeys in response to analgesic administration. Equine Vet J 48, 33–38 (2016).
  10. Samimi, A. S. Evaluation of the sedative and clinical effects of xylazine, detomidine, medetomidine and dexmedetomidine in miniature donkeys. N Z Vet J 68, 198–202 (2020).
  11. Parentoni, R. N. et al. Detomidine and xylazine, at different doses, in donkeys (Equus asinus). Rev Bras Med Vet 52, (2020).
  12. Matthews & van Loon. Anesthesia, Sedation, and Pain Management of Donkeys and Mules. Veterinary Clinics of North America - Equine Practice 35, 515–527 (2019).
  13. Lizarraga, I. & Beths, T. A comparative study of xylazine-induced mechanical hypoalgesia in donkeys and horses. Vet Anaesth Analg 39, 533–538 (2012).
  14. Ringer, S. K., Schwarzwald, C. C., Portier, K. , G., Ritter, A. & Bettschart-Wolfensberger, R. Effects on cardiopulmonary function and oxygen delivery of doses of romifidine and xylazine followed by constant rate infusions in standing horses. Veterinary Journal 195, 228–234 (2013).
  15. Lizarraga, I., Castillo-Alcala, F., Varner, K. M. & Robinson, L. S. Sedation and mechanical hypoalgesia after sublingual administration of detomidine hydrochloride gel to donkeys. JAVMA (2016).
  16. Wojtasiak-wypart, M. et al. Pharmacokinetic profile and pharmacodynamic effects of romifidine hydrochloride in the horse. J. vet. Pharmacol. Therap 35, 478–488 (2012).
  17. Lizarraga, I., Castillo-Alcala, F. & Robinson, L. S. Sedative and mechanical antinociceptive effects of four dosages of romifidine administered intravenously to donkeys. Res Vet Sci 112, 46–51 (2017).
  18. Evangelista, F., Tayari, H., Degani, M., Nocera, I. & Briganti, A. Sedative and Respiratory Effects of Intramuscular Detomidine and Butorphanol in Donkeys Sedated for Bronchoalveolar Lavage. J Equine Vet Sci 69, 96–101 (2018).
  19. Lizarraga, I., Castillo-Alcala, F. & Robinson, L. S. Comparison of sedation and mechanical antinociception induced by intravenous administration of acepromazine and four dose rates of dexmedetomidine in donkeys. Vet Anaesth Analg 44, 509–517 (2017).
  20. Ebner, L. et al. Pharmacokinetics of Butorphanol Following Intravenous and Intramuscular Administration in Donkeys: A Preliminary Study. http://www.random.org/lists (2022).
  21. Joubert, K. E., Briggs, P., Gerber, D. & Gottschalk, R. G. The sedative and analgesic effects of detomidine-butorphanol and detomidine alone in donkeys. Jl S.Afr.vet.Ass. 3, 112–118 (1999).
  22. Giorgi, M., Del Carlo, S., Sgorbini, M. & Saccomanni, G. Pharmacokinetics of Tramadol and Its Metabolites M1, M2, and M5 in Donkeys after Intravenous and Oral Immediate Release Single-Dose Administration. J Equine Vet Sci 29, 569–574 (2009).
  23. Araújo-Silva, G. et al. Tramadol and M1 Bioavailability Induced by Metamizole Co-Administration in Donkeys (Equus asinus). Animals 14, (2024).
  24. Matthews, N. S., Taylor, T. S. & Hartsfield, S. M. Anaesthesia of donkeys and mules. Equine Vet Educ 15, 102–107 (2005).
  25. Matthews, N. S., Peck, K. E., Mealey, K. L., Taylor, T. S. & Ray, A. C. Pharmacokinetics and cardiopulmonary effects of guaifenesin in donkeys. 20, 442–446 (1997).
  26. Taylor, E. V., Baetge, C. L., Matthews, N. S., Taylor, T. S. & Barling, K. S. Guaifenesin-Ketamine-Xylazine Infusions to Provide Anesthesia in Donkeys. J Equine Vet Sci 28, 295–300 (2008).
  27. Molinaro Coelho, C. M. et al. Evaluation of cardiorespiratory and biochemical effects of ketamine-propofol and guaifenesin-ketamine-xylazine anesthesia in donkeys (Equus asinus). Vet Anaesth Analg 41, 602–612 (2014).
  28. Escobar, A., Dzikiti, B. T., Thorogood, J. C. & Maney, J. K. Determination of the minimum alveolar concentration of isoflurane in donkeys. Am J Vet Res 83, (2022).