Honden: vermindering van:
- lichte post-operatieve pijn.
- lichte, acute en chronische pijn in de zachte weefsels, spieren en botten.
Tramadol is een centraal werkend opioïde analgeticum (zwakke agonist van vooral mu-receptoren) dat eveneens een serotoninerge en noradrenerge werking heeft door de re-uptake van resp. serotonine en noradrenaline te inhiberen. Deze laatste spelen een belangrijke rol bij in de transmissie en controle van nociceptieve prikkels.
De actieve metaboliet heeft een opioïde werking die vele malen sterker is dan deze van tramadol.
Bij therapeutische dosissen is er geen effect op de ademhaling of op de motoriek van de maagdarmtractus en lichte effecten op het cardiovasculair stelsel.
Tramadol bezit, net als andere stoffen uit deze klasse, antitussieve eigenschappen.
De werking op de gastro-intestinale tractus is minder sterk dan voor morfine. De onderdrukking van de ademhaling door tramadol is minder sterk dan voor morfine.
Uit studies bij het dier blijkt dat tramadol minder dan morfine tot gewenning of tolerantie leidt.
Tramadol wordt in de lever omgezet naar een actieve metaboliet. Species- en rasverschillen in deze metabolisatie zouden de oorzaak zijn van de grote variatie in de analgetische werkzaamheid van tramadol.
- Biologische beschikbaarheid: 92% (intramusculaire injectie) en 65% (orale toediening).
- Eiwitbinding is laag (15%).
Eliminatie: vooral via de nieren.
- Niet toedienen bij overgevoeligheid tegen tramadol of andere opioïden.
- Niet toedienen in combinatie met tricyclische antidepressiva, monoamineoxidaseremmers en serotonineheropnameremmers.
- Niet gebruiken bij dieren met epilepsie.
- Sedatie, slaperigheid: vaak (1/100 behandelde dieren).
- Misselijkheid, braken: soms (1-10/1.000 behandelde dieren).
- Overgevoeligheidsreacties: zelden (1-10/10.000 behandelde dieren).
- Convulsies: zeer zelden (< 1/10.000 behandelde dieren)
Gelijktijdige toediening van tramadol:
- Met middelen die het centraal zenuwstelsel onderdrukken kan de depressieve werking op het centraal zenuwstelsel of de ademhaling versterkt worden.
- Met geneesmiddelen die de aanvalsdrempel verlagen kan het risico op convulsies verhogen.
- Met geneesmiddelen die de levermetabolisatie remmen (cimetidine, erythromycine) of induceren (carbamazepine) beïnvloedt de analgetische werking van tramadol. De klinische relevantie hiervan werd niet bestudeerd bij de hond.
Bij intoxicatie:
- Naloxon om de ademhalingsdpressie tegen te gaan (andere effecten worden maar gedeeltelijk door naloxon omgekeerd).
Naloxon kan het risico op convulsies verhogen. - Diazepam om convulsies te behandelen.
- Controleer steeds de werking omdat tramadol bij sommige honden geen analgetische werking heeft.
- Volg de nier- en leverfuncties op.
- Accidentele injectie bij de mens kan misselijkheid, duizeligheid, sedatie en oog- en huidirritaties veroorzaken.
- Zwangere of vruchtbare vrouwen dienen dit product uiterst voorzichtig te hanteren.
Embryo- en foetotoxische effecten werden opgetekend bij hogere dosissen. Tramadol en zijn actieve metaboliet worden in lage hoeveelheden uitgescheiden met de melk. De veiligheid van tramadol bij neonaten werd niet onderzocht. In onderzoek met muizen en ratten werden geen negatieve effecten waargenomen tijdens de dracht, of lactatie of op de vruchtbaarheid.
Het diergeneesmiddel moet in deze context overeenkomstig de baten-risicobeoordeling gebruikt worden.