Clomipramine wordt gebruikt ter ondersteuning van gedragstherapie in het bijzonder voor de behandeling van scheidingsangst.
Clomipramine inhibeert de heropname van serotonine en noradrenaline in het centraal zenuwstelsel.
Na absorptie wordt clomipramine in de lever gemetaboliseerd tot een actieve metaboliet. Beide worden in hoge mate gebonden aan plasma-eiwitten. Clomipramine is sterk lipofiel, wordt goed doorheen de weefsels verspreid en diffundeert vlot doorheen de bloed-hersenbarrière, de placenta en naar de melk. De metabolisatie gebeurt in de lever en 2/3 van de uitscheiding gebeurt via de urine, de rest via de feces. Het duurt enkele weken vooraleer het klinische effect zichtbaar wordt, doch nevenwerkingen kunnen eerder optreden.
Voorzichtigheid is geboden bij honden met cardiovasculaire aandoeningen of epilepsie. Gelijktijdig gebruik met monoamino-oxidasen (bv. selegiline, amitraz). Bij gebruik bij patiënten met hyperthyroïdie of patiënten die behandeld worden met thyroïdhormonen is voorzichtigheid geboden wegens de verhoogde kans op hartritmestoornissen. Door de anticholinerge werking geldt dit eveneens bij patiënten met gastro-intestinale motiliteitsstoornissen, urineretentie, verhoogde intra-oculaire druk en hartritmestoornissen.
Ondanks de goede tolerantie bij de hond kunnen er, gezien de farmacologie van deze stof, problemen optreden die veroorzaakt worden door een wijziging in de arteriële bloeddruk en stoornissen in de prikkelgeleiding van het hart. Bij de mens werden eveneens nausea en ejaculatieproblemen beschreven. Bij overdosis treedt eventueel een serotoninerg syndroom op met onder andere koorts, myocloniën en agitatie.
Bij de hond worden zeer zelden bijwerkingen (< 1/10.000 behandelde dieren) vastgesteld: braken, diarree, anorexie, lethargie, toename van de leverenzymen, convulsies, mydriase (ook bij overdosering), agressie.
Bijwerkingen kunnen verminderd worden door het diergeneesmiddel met wat voeder toe te dienen.
Monoamino-oxidasen (selegiline, amitraz) hebben inhiberende werking op cytochroom P450. Anticholinergica en stoffen met invloed op het centraal zenuwstelsel leiden tot een additieve werking. Cimetidine verlaagt het metabolisme van clomipramine. Sympaticomimetica verhogen het risico op cardiale effecten.
De veiligheid van clomipramine in drachtige of lacterende dieren werd niet onderzocht. Er zijn aanwijzingen van embryotoxische effecten bij labdieren. Daarom wordt de toediening aan drachtige of lacterende dieren afgeraden.