De meeste vaccins bevatten levend verzwakte intermediaire stammen van het Gumborovirus (infectious bursal disease virus of IBDV). Deze kunnen toegediend worden tijdens de opfokperiode van leg- en reproductiedieren en mestkippen. Deze vaccins worden in de regel toegediend op een leeftijd van 7 à 10 dagen aan dieren zonder maternale antistoffen en rond 14 à 21 dagen aan dieren met maternale antistoffen (zie hiervoor de bijsluiter/SKP van het vaccin). Eén van deze vaccins kan aan mestkippen toegediend worden vanaf de leeftijd van 1 dag, op voorwaarde dat het gehalte aan maternale antistoffen laag genoeg is (ELISA-titer < 500) (zie ook ‘Bescherming’).
Twee type vaccins zijn beschikbaar die ongeacht de aanwezigheid van maternale antistoffen bescherming bieden:
- Het eerste type is een vectorvaccin met als vaccinstam een celgebonden recombinant kalkoenen herpesvirus (HVT) dat het beschermende antigeen (VP2) van het Gumborovirus tot expressie brengt. Dit type vaccin beschermt zowel tegen de ziekte van Gumboro, als tegen de ziekte van Marek.
Een variant van dit recombinant kalkoen herpesvirus brengt ook de eiwitten dD en gI tot expressie waardoor het zowel beschermt tegen het Gumborovirus, het Marek-virus en infectieuze laryngo-tracheïtisvirus. Bij dit laatste vaccin wordt opgemerkt dat maternale antilichamen een vertraagde aanvang van de immuniteit tegen IBD kunnen veroorzaken. - Daarnaast is er ook een immuuncomplexvaccin beschikbaar. In dit vaccin is het vaccinvirus, een intermediaire IBDV-stam, gebonden aan specifieke IBDV-immunoglobulinen. Dit vaccin kan zowel aan embryo’s op dag 18 van de bebroeding als aan ééndagskuikens worden toegediend.
Deze vaccins zijn niet immunosuppressief maar veroorzaken wel een lichte atrofie van de beurs van Fabricius. Het tijdstip voor vaccinatie wordt ondermeer bepaald door het gehalte aan maternale antilichamen en de infectiedruk. Over het algemeen wordt een tweevoudige vaccinatie aanbevolen voor groepen pluimvee, waarvan het niveau aan maternale antistoffen onderling sterk varieert of voor pluimvee die van verschillende herkomst zijn.
Een geslaagde vaccinatie tegen Gumboroziekte is sterk afhankelijk van de hygiënische maatregelen in de stal, o.a. van het ontsmetten van de lokalen.
Levend verzwakte vaccinvirussen kunnen zich verspreiden in het bedrijf of de omgeving.