Het equine herpesvirus 1 (EHV-1) en het EHV-4 komen endemisch voor in de paardenpopulatie. Beide virussen vermeerderen primair in het ademhalingsstelsel. Dit kan gepaard gaan met respiratoire stoornissen (rhinopneumonie). Voornamelijk bij EHV-1 wordt de primaire vermeerdering gevolgd door een uitgebreide celgeassocieerde viremie. EHV-1 bevindt zich in de witte bloedcellen en verspreidt zich naar diverse doelwitorganen, zoals de baarmoeder en het zenuwstelsel. Dit kan resulteren in abortus, neonatale sterfte en/of zenuwstoornissen (myelo-encefalopathie).
Vaccins tegen rhinopneumonie.
Deze geïnactiveerde vaccins mogen worden gebruikt voor paarden en pony’s in alle fysiologische toestanden.
De huidig beschikbare vaccins voor de controle van EHV-1 en EHV-4 zorgen vooral voor een klinische bescherming tegen het optreden van respiratoire stoornissen. De bescherming tegen het optreden van abortus, neonatale sterfte of myelo-encefalopathie kan niet gegarandeerd worden, want een viremie ten gevolge van een EHV-1 (her-)infectie met verspreiding naar de doelwitorganen kan optreden ondanks de aanwezigheid van virus-neutraliserende antistoffen. De dieren kunnen gevaccineerd worden zodra de maternale immuniteit verdwenen is. Regelmatige herhalingsvaccinaties worden aanbevolen.