De systematische toediening van vitaminen dient te worden vermeden. Hun toediening moet daarentegen steeds gebeuren met een duidelijk vooropgesteld therapeutisch doel waarbij rekening wordt gehouden met de dagelijkse behoeften van het dier en de aanvoer van deze stoffen via de voeding. Overdosering van bepaalde vitaminen, met name van de vitaminen A en D, kan leiden tot intoxicatie.
De verschillende vitamines die klassiek in de B-groep worden geklasseerd spelen een rol in diverse metabole processen. Deze vitaminen zijn voor de meeste van onze huisdieren diëtisch essentieel. Uitzondering op deze regel vormen de herkauwers waar de pensflora fungeert als bron. Deficiënties die zich meestal manifesteren als zenuwstoornissen en huidafwijkingen, komen zelden voor bij gebruik van goed uitgebalanceerde voeders. Supplementatie van het voeder kan een voorzorgsmaatregel zijn om opname van de optimale behoefte die nodig is om de best mogelijke productie te handhaven, te garanderen. De optimale behoefte is afhankelijk van variaties in voedersamenstelling, stress en de fysiologische toestand waarin het dier zich bevindt. Zo kan een secundaire hypovitaminose B1 ontstaan door de proliferatie van thiaminaseproducerende flora bij pensverzuring of bij een gelijktijdige opname van een hoog gehalte aan thiaminase. De behoefte aan vitamine B6 ligt bij een eiwitrijk dieet hoger en is bij vleesvarkens groter dan bij fokdieren. Van foliumzuur staat het vast dat het een gunstige invloed heeft op het productiegetal daar het de embryonale of foetale sterfte verhindert en dus leidt tot een grotere worpgrootte. Het gebruik van combinatiepreparaten lijkt minder geschikt, al zal het risico op hypervitaminoses van deze wateroplosbare vitamines relatief klein zijn.