Porciene proliferatieve enteropathie (PPE) wordt veroorzaakt door Lawsonia intracellularis en kan acuut (proliferatieve hemorrhagische enteropathie), chronisch (porciene intestinale adenomatosis) of subklinisch verlopen. De acute vorm treft vooral de oudere vleesvarkens en opfokvarkens (LG > 70 kg) en kan zich uiten door acute sterfte zonder voorafgaande symptomen. Eventueel kunnen rood- tot teerachtig gekleurde feces opgemerkt worden vooraleer sterfte optreedt. Bij een iets trager verloop van de ziekte worden de varkens eerst anemisch, anorectisch en daarna minder beweeglijk. Ze kunnen eventueel teerachtig materiaal uitbraken. Het uitzicht van de feces kan sterk varieren: profuus, min of meer waterig, teerachtig, helderrood of bloederig. Sterfte kan optreden binnen de 48 uur. Sommige dieren herstellen volledig, maar meestal is er een blijvende groeiachterstand. De sterfte kan oplopen tot meer dan de helft van de aangetaste dieren. De chronische vorm kan voorkomen bij varkens vanaf de leeftijd van 7 weken en manifesteert zich als een chronische diarree, bleke varkens en net zoals dit bij de subklinische vorm het geval is, vertonen de dieren een slechte uniformiteit. De klinische symptomen zijn echter meestal weinig typisch. Lawsonia intracellularis komt op de meeste bedrijven voor en is waarschijnlijk verantwoordelijk voor een aanzienlijke economische schade. Het sterke overlevingsvermogen in de mest (2 tot 3 weken) en de langdurige uitscheiding door geïnfecteerde dieren maken het strikt toepassen van de klassieke hygiënische maatregelen op het bedrijf (all in all out, desinfectie van de stal en gebruikte voorwerpen) meer dan nodig om de ziekte in te perken en zo economische verliezen te beperken.
De vaccins dat momenteel in de handel zijn, bevatten of een geïnactiveerde of een levend, verzwakte Lawsonia intracellularis-stam.
Het vaccin beoogt een actieve immunisatie van biggen (vanaf de leeftijd van 3 weken) om de intestinale letsels veroorzaakt door Lawsonia intracellularis te beperken en zo het gewichtsverlies tegen te gaan. Bescherming treedt op 3 weken na vaccinatie en duurt minstens 17 weken.
De vaccinatie gebeurt met geattenueerde kiemen. Bijgevolg mogen geen antimicrobiële middelen toegediend worden vanaf 3 dagen voor, tot 3 dagen na de vaccinatie. Indien de vaccinatie gebeurt via het drinkwater, dient ook de drinkwaterinstallatie vrij te zijn van antimicrobiële stoffen, desinfectantia en detergenten. Afgeroomde melkpoeder of natriumthiosulfaat kunnen als stabilisatoren voor het vaccin aan het drinkwater worden toegevoegd. Tot drie dagen na vaccinatie kan Lawsonia intracellularis-DNA worden aangetroffen in de mest van gevaccineerde varkens. Het risico op verspreiding van de kiem na vaccinatie zou echter laag zijn, al kan de transmissie naar stalgenoten niet worden uitgesloten.