In dit artikel wordt de medicamenteuze behandeling van luizen bij runderen, schapen en geiten besproken. In een tweede artikel zal dieper ingegaan worden op de behandeling van luizen bij varkens en paarden.
Voor het bestrijden van ectoparasieten op dieren kunnen zowel diergeneesmiddelen als biociden in aanmerking komen. De lijst met toegelaten biociden is beschikbaar via de website van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu 1. Omdat biociden geen geneesmiddelen-statuut hebben, worden ze hier niet besproken.
Luizen behoren tot de orde van de Phtiraptera en worden in twee groepen onderverdeeld: de Anoplura of steekluizen die zich met bloed voeden en de Mallophaga of bijtluizen, die van huidafval en haren (of veren) leven. Bij een infestatie met luizen is het maken van dit onderscheid nuttig om een gepaste behandeling te starten, omdat hun verschillende voedingsmethode aan de grondslag ligt van hun verschil in gevoeligheid voor diverse systemisch toegediende moleculen. Een geoefend oog kan het onderscheid maken tussen de donkerdere steekluizen die weinig mobiel zijn en zich diep in de vacht of het verenkleed vasthechten en de lichter gekleurde, zeer mobiele bijtluizen met hun afgeronde kop.
Verschillende moleculen uit diverse farmacologische klassen die actief zijn tegen luizen, zijn als diergeneesmiddel op de markt en geïndiceerd voor één of meerdere voedselproducerende dieren en voor de behandeling van steek- en/of bijtluizen. De toediening van deze geneesmiddelen is of lokaal op de vacht of systemisch, hetzij met producten die transdermaal worden geresorbeerd, hetzij met producten die geïnjecteerd worden of per os toegediend worden. Voor producten met een systemische werking, kan de activiteit zowel gericht zijn tegen ecto- als tegen endoparasieten.
De geneesmiddelen die beschikbaar zijn voor voedselproducerende herkauwers worden hierna besproken (zie ook tabel).
Formamidines
Formamidines zijn acariciden die werken als agonist van de octopaminereceptoren ter hoogte van het centraal zenuwstelsel van insecten. Bij zoogdieren bezitten ze alfa-2-adrenerge eigenschappen. Deze eigenschap is de oorzaak van het merendeel van de bijwerkingen zoals bijvoorbeeld slaperigheid, hypothermie, hyperglycemie, hypotensie en bradycardie.
Amitraz (Taktic®) is de enige molecule uit deze groep die op de markt is en heeft een indicatie voor de behandeling van luizen bij varkens, runderen en schapen. De wachttijd voor vlees en voor melk is ongeacht de diersoort 7 dagen. Volgens de SPK worden runderen behandeld door het sprayen van 5 tot 10 l per dier van een oplossing van 250 mg amitraz/l (of 20 ml Taktic® per 10 l water). De behandeling dient om de 2 tot 3 maanden herhaald te worden. Schapen worden behandeld door het baden van de dieren in een oplossing van 500 mg/l (of 1 l Taktic®/250 l water) of door het sprayen van een oplossing van 500 mg/l (of 40 ml Taktic®/10 l water).
Voor amitraz zijn er weinig gegevens beschikbaar betreffende de tolerantie bij herbivoren, de werkzaamheid tegen luizen, het remanent effect van deze stof en het resistentiegehalte bij insecten. Uit een studie bleek het toedienen in spray-vorm van 250 ml amitrazoplossing met een concentratie van 250 mg/l, 2 maal met een interval van 7 tot 10 dagen, niet geheel werkzaam te zijn tegenover infestaties met Linognatus vituli - steekluis bij het rund - wanneer de resultaten werden nagegaan op 3, 6, en 9 weken na de start van de behandeling.
Amitraz bezit een MRL en kan bijgevolg toegediend worden aan voedselproducerende geiten volgens het cascadesysteem 2 voor voedselproducerende dieren, de minimum wachttijd bedraagt dan 28 dagen.
Macrocyclische lactonen
Macrocyclische lactones worden opgesplitst in twee groepen met enerzijds de avermectines zoals ivermectine, doramectine, eprinomectine en selamectine, en anderzijds de milbemycines met moxidectine en milbemycine oxime. Selamectine en milbemycine oxime zijn uitsluitend op de markt voor het gebruik bij gezelschapsdieren.
Macrocyclische lactones activeren glutamate-gated chloride kanalen (GluCl-kanalen), hetgeen leidt tot een slappe paralyse bij invertebraten. Bij zoogdieren komen GluCl-kanalen niet voor. De veiligheidsmarge is bijgevolg relatief hoog bij deze species.
Deze sterk vetoplosbare moleculen worden voornamelijk naar het vetweefsel en de lever verdeeld. De lange eliminatiehalfwaardetijd verklaart niet enkel de langdurige werking, maar ook de relatief lange wachttijden. Deze moleculen worden in hoge mate als actief bestanddeel uitgescheiden en vormen zo een groot risico voor het leefmilieu, met name voor mestkevers.
Ivermectine
Voor de behandeling van luizen bij het rund zijn in België meerdere specialiteiten met ivermectine op de markt; als oplossing voor subcutane injectie of als pour-on.
Injecteerbare oplossingen kunnen of geïndiceerd zijn voor steekluizen, of voor steekluizen en bijtluizen. Wanneer beide soorten in de indicatie werden opgenomen, vermeldt de SPK echter duidelijk dat de werkzaamheid tegen bijtluizen niet volledig is en dat er na de behandeling slechts een afname van de populatie wordt vastgesteld. Dit wordt verklaard door de voedingswijze van deze insecten. Ivermectine per injectie is bijgevolg vooral nuttig bij infestaties met steekluizen. Voor koeien waarvan de melk bestemd is voor humane consumptie is het gebruik van ivermectine per injectie niet toegestaan tijdens de lactatieperiode of in een bepaalde periode voor het kalven die naargelang de specialiteit 28 tot 60 dagen duurt. De wachttijd voor vlees bedraagt afhankelijk van de specialiteit 21 tot 42 dagen. De dosis van ivermectine-oplossing voor subcutane injectie bedraagt 200 microgram/kg.
Uit studies blijkt een uitstekende werkzaamheid tegen steekluizen. Gezien het remanent effect van deze stof volstaat één enkele injectie om zowel de volwassen luizen te doden als ook de immature zodra deze zich beginnen te voeden. Het dier kan zo gedurende een periode van 8 tot 9 weken vrij zijn van steekluizen.
De veiligheidsmarge van deze ivermectine-specialiteiten is relatief groot. Toxische symptomen worden pas bij het rund gezien bij dosissen die een 20- tot 30-voud bedragen van de aanbevolen dosis.
De pour-on-specialiteiten zijn geïndiceerd voor de behandeling van infestaties met steek- of bijtluizen. Zoals ook geldt voor de injecteerbare vormen, is het gebruik bij koeien die melk geven voor humane consumptie verboden tijdens de lactatie of tijdens een periode van 60 dagen voor het kalven. De wachttijd voor het vlees bedraagt naargelang de specialiteit 15 tot 31 dagen. Ivermectine wordt als pour-on toegediend aan een dosis van 500 microgram/kg. Rekening houdend met de concentraties van de specialiteiten die op de markt beschikbaar zijn (0,5 %) komt dit overeen met een volume van 1 ml/10 kg LG.
In talrijke studies werd de werkzaamheid van ivermectine als pour-on aangetoond bij de behandeling van infestaties met Damalinia bovis, een bijtluis bij het rund. De beschermingsduur bleek relatief lang te zijn en kon 42, soms zelfs 56 dagen bedragen. Studies die de werking van ivermectine pour-on tegen steekluizen nagingen zijn echter minder talrijk. In een studie werd de werkzaamheid tegen infestaties met Linognathus vituli – een steekluis bij het rund – aangetoond tot 28 dagen na de behandeling. In een andere studie met infestaties met L. vituli en Solenopotes capillatus werd een volledige werkzaamheid tot 56 dagen opgetekend.
Voor schapen zijn er momenteel injecteerbare specialiteiten met ivermectine op de markt, maar deze bezitten geen indicatie voor de behandeling van luizen. Bovendien zijn er slechts weinig studies beschikbaar die de werkzaamheid van deze molecule tegen luizen bij het schaap onderzochten.
Hetzelfde geldt voor de geit. In één studie werd evenwel de uitstekende werkzaamheid gemeld van ivermectine (200 microgram/kg sc) tegen Linognathus stenopsis, een steekluis bij de geit en dit gedurende ten minste 30 dagen.
Doramectine
Momenteel zijn er twee specialiteiten met doramectine op de markt voor de behandeling van luizen bij het rund. De eerste specialiteit is een injecteerbare oplossing (Dectomax®) voor de behandeling van steek- en bijtluizen. Net zoals voor de injecteerbare ivermectine-oplossingen wordt ook in de bijsluiter van Dectomax® gewezen op het feit dat dit product slechts een hulpmiddel is in de strijd tegen bijtluizen. Het gebruik van doramectine is niet toegestaan bij runderen waarvan de melk bestemd is voor humane consumptie, noch tijdens de lactatieperiode, noch in de periode van 60 dagen die het kalven voorafgaat. De wachttijd voor vlees bedraagt 42 dagen. De dosis van doramectine per subcutane injectie is 200 microgram/kg. Uit verschillende studies blijkt de uitstekende werkzaamheid van doramectine tegen steekluizen. De beschermingsduur loopt van 4 tot 5 weken. Daarentegen vertoont het injecteerbare doramectine slechts een beperkte werking tegen bijtluizen. De veiligheidsmarge van deze stof is relatief groot, bij dosissen van 25 maal de aanbevolen dosis werden geen toxische tekens gezien. De tweede specialiteit met doramectine die in ons land beschikbaar is, is een pour-on(Dectomax pour-on®) voor de behandeling van bijt- en steekluizen. Ook deze specialiteit is niet bestemd om te worden toegediend aan lacterende runderen die melk produceren voor humane consumptie, noch tijdens de 60 laatste dagen voor het kalven. De wachttijd voor vlees bedraagt 35 dagen. De dosis bedraagt 500 microgram/kg of 1 ml voor 10 kg LG. Dectomax pour-on® bleek bijzonder werkzaam voor de behandeling van infestaties met bijtluizen met, naargelang de studie, een beschermingsduur van 77 of 126 dagen. Ook de bescherming van Dectomax pour-on® tegen steekluizen blijkt goed te zijn met en beschermingsduur tegen Linognathus vituli van 105 dagen en 35 dagen voor Solenopotes capillatus (in bepaalde studies zelfs tot 8 weken) en Haematopinus eurysternus.
De injecteerbare specialiteit (Dectomax®) is eveneens geïndiceerd voor het schaap, maar niet voor de behandeling van luizen bij deze diersoort. Gegevens over de werkzaamheid van doramectine voor de behandeling van luizen bij het schaap of bij de geit ontbreken in de literatuur.
Eprinomectine
Er is slechts één specialiteit met eprinomectine, Eprinex pour-on®, op de markt beschikbaar. Deze oplossing is bestemd voor de behandeling van onder meer bijt- en steekluizen bij het rund. Het bijzondere aan eprinomectine is dat deze stof, in tegenstelling met de andere macrocyclische lactonen, nagenoeg niet in de melk wordt uitgescheiden. Eprinomectine mag bijgevolg toegediend worden aan melkkoeien. De wachttijd voor melk bedraagt nul dagen. De wachttijd voor vlees is 15 dagen. De dosis van eprinomectine als pour-on bedraagt 500 microgram/kg of 1 ml/10 kg LG. Meerdere studies toonden een zeer goede werkzaamheid tegen de drie steekluizen alsook tegen de bijtluizen, met een beschermingsduur die tot 8 weken kan duren. De veiligheidsmarge van deze stof is vrij goed; bij kalveren werden geen toxische symptomen waargenomen na het toedienen van een vijfvoudige dosis. Tienvoudige dosissen veroorzaakten echter, zij het minder erge, bijwerkingen. De in de literatuur beschikbare informatie omtrent de werkzaamheid en de veiligheid van eprinomectine bij schapen en geiten is schaars.
Moxidectine
Voor de behandeling van luizen bij het rund zijn moxidectine-oplossingen beschikbaar als subcutane injectiepreparaten of als pour-ons. De injectiepreparaten zijn Cydectin 1 % injecteerbaar® en Cydectin 10 % LA®. Deze laatste wordt ter hoogte van het oor geïnjecteerd. Het gebruik van moxidectine injectiepreparaten is niet toegelaten bij dieren die melk produceren voor humaan gebruik gedurende de lactatieperiode of gedurende 60 dagen voor het kalven voor Cydectin 1 % ® en 80 dagen voor het kalven voor Cydectin 10 % LA®. De wachttijden voor vlees bedragen 65 dagen voor Cydectin 1 % ® en 108 dagen voor Cydectin 10 % LA®. De dosis bedraagt 200 microgram/kg voor Cydectin 1 % ® en 1 mg/kg voor Cydectin 10 % LA®. Injecteerbaar moxidectine is zeer doeltreffend voor de controle van infestaties met steekluizen en naargelang de studie worden reïnfestaties verhinderd gedurende 4, 6 tot 8 weken. Een studie uitgevoerd met het LA-preparaat (Cydectin 10 % LA®) toonde een zeer goede werkzaamheid aan tegen Linognathus vituli en Solenopotes capillatus gedurende 133 dagen. Daarentegen werd in meerdere studies het gebrek aan werkzaamheid van injecteerbare moxidectine aangetoond voor de behandeling van bijtluizen. Zoals dit ook voor andere macrocyclische lactones geldt, moet moxidectine als injectiepreparaat voorbehouden worden voor de behandeling van steekluizen. De veiligheidsmarge van injecteerbaar moxidectine is beperkt. Bijwerkingen kunnen reeds optreden bij het toedienen van 3 x de voorgeschreven dosis.
Moxidectine is ook als pour-on beschikbaar voor gebruik bij het rund. De indicaties zijn de behandeling van steek- en bijtluizen. Deze pour-on heeft het voordeel dat hij bij melkvee kan toegediend worden met een wachttijd van nul dagen voor de melk. De wachttijd voor het vlees is 14 dagen. Als pour-on bedraagt de dosis van moxidectine 500 microgram/kg of 1 ml/10 kg. In meerdere studies werd de werkzaamheid van moxidectine als pour-on geëvalueerd voor de behandeling van steek- en bijtluizen. Meestal was deze groot zowel voor de steekluizen als voor de bijtluizen en werd de therapeutische activiteit gedurende 6 tot 8 weken behouden. De veiligheidsmarge van moxidectine pour-on is zeer ruim. Eenmalige doseringen van 10 x of 25 x de aanbevolen dosis leidden niet tot bijwerkingen.
In de specialiteit met moxidectine die als orale oplossing voor het schaap op de markt is, werd de behandeling van luizen niet opgenomen. Er is trouwens weinig informatie beschikbaar over de werkzaamheid van deze stof voor de behandeling van luizen bij het schaap. Op het vlak van de veiligheid werden geen bijwerkingen vastgesteld bij het toedienen van 2 x of 5 x de aanbevolen dosis van moxidectine oraal aan schapen.
Over het gebruik, de werkzaamheid en de tolerantie van moxidectine bij de geit is zeer weinig informatie terug te vinden. In een studie werd evenwel de zeer goede werkzaamheid van de pour-on-vorm (dosis 500 microgram/kg) beschreven voor de behandeling van de steekluis Linognathus stenopsis met een beschermingsduur van tenminste 30 dagen.
Pyrethrinoïden
Pyrethrinoïden zijn synthetische verbindingen analoog aan de natuurlijke pyrethrines die voorkomen in chrysantachtigen. Deze stoffen oefenen een knock out-effect uit op insecten. Deze ectoparasitica bezitten een ruime veiligheidsmarge met een selectiviteitsratio (verhouding tussen de toxiciteit bij insecten t.o.v. deze bij zoogdieren) die gewoonlijk meer dan 1000 bedraagt. Tot deze groep behoren heel wat moleculen zoals bijvoorbeeld permethrine, cypermethrine, flumethrine, deltamethrine. Voor bepaalde pyrethrinoïden werden resistenties beschreven zoals meer bepaald de resistentie van meerdere soorten luizen tegen cypermethrine en deltamethrine.
Voor nutsdieren is momenteel een diergeneesmiddel op de markt, Bayticol pour-on® (flumethrine), met als indicatie de behandeling van ectoparasieten met inbegrip van de steekluizen Linognathus vituli en Haematopinus eurysternus, bij het rund. In tegenstelling met de meeste macrocyclische lactones kan deze specialiteit toegediend worden aan lacterende runderen die melk produceren voor humaan gebruik. De wachttijd voor melk bedraagt 8 dagen en deze voor vlees 5 dagen. De dosis is 2 mg/kg of 20 ml oplossing per 100 kg LG. In meerdere studies werd de werkzaamheid van flumethrine als pour-on tegen bijt- en steekluizen aangetoond, met een beschermingsduur van 61 dagen.
Terwijl er veel studies de werkzaamheid van cypermethrine of deltamethrine hebben aangetoond voor de behandeling van luizen bij het schaap, zijn de werkzaamheidsstudies over flumethrine schaars. In een Duitse studie werd nochtans de goede werkzaamheid van Bayticol pour-on® tegen bijtluizen bij het schaap vastgesteld, met een beschermingsduur van minimum 42 dagen. De beschermingsduur bij merinosschapen die leden onder een massale infestatie was echter slechts 21 dagen.
De werkzaamheid van flumethrine pour-on werd geëvalueerd bij infestaties met Damalinia caprae (bijtluis van de geit) bij de geit. Een dosis flumethrine van 1 mg/kg leidde tot een totale werkzaamheid met een beschermingsduur van ten minste 42 dagen. Bij deze dosis werden geen bijwerkingen vastgesteld. Bovendien bleek flumethrine bij dezelfde dosis eveneens zeer goed werkzaam tegen Linognathus stenopsis, de steekluis van de geit, zij het met een kortere beschermingsduur, nl. minder dan 30 dagen.
Organische fosfaatesters en carbamaten
Organische fosfaatesters en carbamaten inhiberen het choline-esterase. De accumulatie van acetylcholine ter hoogte van de synaps leidt tot een verhoogde stimulatie van de muscarinerge en nicotinerge receptoren.
In België is slechts één molecule uit deze groep geregistreerd als diergeneesmiddel, namelijk foxim (Sarnacuran®), dat als indicatie onder meer de behandeling van bijt- en steekluizen heeft bij varkens en bij schapen die geen melk produceren voor humane consumptie. De wachttijd voor het schaap bedraagt voor vlees 5 weken. Volgens de SPK moeten schapen één maal gedipt, gewassen of gesprayed worden met een oplossing van 10 ml Sarnacuran® in 10 l water (of 500 mg/l).
Ondanks het feit dat deze oudere molecule veel wordt gebruikt, zijn het aantal studies bij de doeldieren betreffende tolerantie, werkzaamheid en remanente werking en de eventuele resistentie bij insecten tegen deze substantie, beperkt.
De werkzaamheid van foxim voor de behandeling van schapen geïnfesteerd met Damalinia ovis werd evenwel aangetoond bij dippen met een foximoplossing van 250 mg/l. Het effect duurde 4 maanden. Er moet worden opgemerkt dat het behandelen van luizen bij schapen met organische fosfaatesters dikwijls faalt omdat het dippen niet zorgvuldig gebeurt.
Gezien er voor de behandeling van luizen bij het rund meerdere specialiteiten op de markt beschikbaar zijn, zou het toepassen van het cascadesysteem slechts mogelijk zijn indien bij deze middelen resistentie werd vastgesteld. Rekening houdend met de lange wachttijd van 5 weken voor het schaap lijkt het toepassen van de minimumwachttijd van 28 dagen die in het cascadesysteem wordt voorgeschreven, onvoldoende om na het slachten een residugehalte in het vlees te hebben dat kleiner is dan de MRL-waarde.
Besluit
Voor de behandeling van luizen bij runderen beschikt de dierenarts over een ruim aanbod aan diergeneesmiddelen. De keuze voor de behandeling van melkvee is echter beperkt. De keuze wordt, naast criteria zoals indicatie, doeltreffendheid, duur van de bescherming, tolerantie en wachttijd, eveneens bepaald door het gemak van de toedieningswijze, en ook de prijs zal zonder twijfel een beslissende factor zijn.
Voor het schaap zijn de mogelijkheden eerder beperkt. De geneesmiddelen voor schapen moeten bovendien toegediend worden als spray of bad wat minder gemakkelijk is dan het toedienen van geneesmiddelen per injectie of pour on zoals bij het rund. Het gebruik bij het schaap van producten bestemd voor het rund of voor andere diersoorten is slechts mogelijk indien hiervoor gegronde redenen kunnen worden opgegeven en dient te gebeuren volgens de regels van het cascadesysteem voor voedselproducerende dieren. Bovendien kan een dergelijk gebruik riskant zijn in termen van werkzaamheid en tolerantie wanneer de toegediende specialiteiten niet onderzocht werden bij het schaap.
Voor behandeling van luizen bij de geit zijn er geen geneesmiddelen op de markt toegelaten. Bijgevolg dient hiervoor dus steeds een geneesmiddel gebruikt te worden dat bestemd is voor een andere diersoort, volgens de regels van het cascadesysteem voor voedselproducerende dieren. Het actief bestanddeel moet dus opgenomen zijn in de MRL-bijlagen I, II of III van de Verordening (EEG) 2377/90 en de dierenarts moet een minimumwachttijd van 28 dagen voorschrijven voor vlees en 7 dagen voor melk.
Tabel: Diergeneesmiddelen in België beschikbaar voor behandeling van luizen bij herkauwers
|
Rund |
||
|
Specialiteit |
Indicatie |
Wachttijden |
|
Amitraz |
||
|
Taktic® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 7 dagen, Melk: 7 dagen |
|
Ivermectine |
||
|
Bovimec B® |
Steekluizen |
Vlees: 42 dagen |
|
Closamectin® |
Steekluizen |
Vlees: 35 dagen, Niet toedienen aan dieren waarvan de melk bestemd is voor humane consumptie, noch tijdens de droogstand, noch tijdens een periode van 60 dagen voor de partus bij vaarzen |
|
Ecomectin 1%® |
Steekluizen |
Vlees: 42 dagen |
|
Ecomectin Cattle pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 31 dagen |
|
Iverpour pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 28 dagen |
|
Ivertin Cattle® |
Steekluizen |
Vlees: 42 dagen |
|
Ivomec® |
Steekluizen |
Vlees: 21 dagen |
|
Ivomec F® |
Steekluizen |
Vlees: 46 dagen |
|
Ivomec pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 15 dagen |
|
Noromectin® |
Steekluizen, hulp bij bestrijding van bijtluizen |
Vlees: 42 dagen |
|
Noromectin pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 28 dagen |
|
Topimec pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 28 dagen |
|
Virbamec 1%® |
Steekluizen, hulp bij bestrijding van bijtluizen |
Vlees: 42 dagen |
|
Virbamec F® |
Steekluizen |
Vlees: 80 dagen |
|
Virbamec pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 28 dagen |
|
Doramectine |
||
|
Dectomax® |
Steekluizen, hulp bij de bestrijding van bijtluizen |
Vlees: 42 dagen |
|
Dectomax pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 35 dagen |
|
Eprinomectine |
||
|
Eprinex pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 15 dagen, Melk: 0 dagen |
|
Moxidectine |
||
|
Cydectin 1% injecteerbaar® |
Steekluizen, hulp bij de bestrijding van bijtluizen |
Vlees: 65 dagen |
|
Cydectin 10% LA® |
Steekluizen, hulp bij de bestrijding van bijtluizen |
Vlees: 108 dagen |
|
Cydectin 0,5% pour-on® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 14 dagen Melk: 0 dagen |
|
Flumethrine |
||
|
Bayticol pour-on® |
Steekluizen |
Vlees: 5 dagen Melk: 8 dagen |
|
Schaap |
||
|
Specialiteit |
Indicatie |
Wachttijden |
|
Phoxime |
||
|
Sarnacuran® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 5 weken |
|
Amitraz |
||
|
Taktic® |
Steekluizen, bijtluizen |
Vlees: 7 dagen, Melk: 7 dagen |
|
Geit |
||
|
Specialiteit |
Indicatie |
Wachttijden |
|
Geen |
|
|
Bibliografie
-
ADAMS H.R., 2001. Veterinary Pharmacology and Therapeutics 8th edition. Iowa State University Press : Ames, 1201 p.
-
ALVA-VALDES R., WALLACE D.H., HOLSTE J.E., EGERTON J.R., COX J.L., WOODEN J.W., BARRICK R.A., 1986. Efficacy of ivermectin in a topical formulation against induced gastrointestinal and pulmonary nematode infections, and naturally acquired grubs and lice in cattle. American Journal of Veterinary Research, 47, 2389-2392.
-
BARTH D., PRESTON J.M., 1985. Efficacy of ivermectin against the sucking louse Solenopotes capillatus. The Veterinary Record, 116, 267.
-
CAMPBELL W.C., 1989. Ivermectin and abamectin. Springer-Verlag: New York, 363 p.
-
CAMPBELL J.B., BOXLER D.J., DAVIS R.L., 2001. Comparative efficacy of several insecticides for control of cattle lice (Mallophaga : Trichodectidae and Anoplura : Haematopinidae). Veterinary Parasitology, 96, 155-164.
-
CHICK B., MCDONALD D., COBB R., KIERAN P.J., WOOD I., 1993. The efficacy of injectable and pour-on formulations of moxidectin against lice on cattle. Australian Veterinary Journal, 70, 212-213.
-
CLEALE R.M., LLOYD J.E., SMITH L.L., GRUBBS M.A., GRUBBS S.T., KUMAR R., AMODIE D.M., 2004. Persistent activity of moxidectin long-acting injectable formulations against natural and experimentally enhanced populations of lice infesting cattle. Veterinary Parasitology, 120, 215-227.
-
CLYMER B., NEWCOMB K.M., RYAN W.G., SOLL M.D., 1998. Persistence of the activity of topical ivermectin against biting lice (Bovicola bovis). The Veterinary Record, 143, 193-195.
-
COLES G., STAFFORD K., 2002. Cypermethrin resistance in Angora goat lice ? The Veterinary Record, 150, 27-28.
-
COLWELL D.D., 2002. Persistent activity of moxidectin pour-on and injectable against sucking and biting louse infestations of cattle. Veterinary Parasitology, 104, 319-326.
-
GARG S.K., KATOCH R., BHUSHAN C., 1998. Efficacy of flumethrin pour-on against Damalinia caprae of goats (Capra hircus). Tropical Animal Health and Production, 30, 273-278.
-
HOLSTE J.E., SMITH L.L., HAIR J.A., LANCASTER J.L., LLOYD J.E., LANGHOLFF W.K., BARRICK R.A., EAGLESON J.S., 1997. Eprinomectin : a novel avermectin for control of lice in all classes of cattle. Veterinary Parasitology, 73, 153-161.
-
HOPKINS T.J., LINDSAY G.D., 1982. Evaluation of Phoxim to control Damalinia ovis on sheep using a new test method under australian conditions. Veterinary Medical Review, 1, 59-65.
-
HUGNET C., CADORE J.L., BOURDOISEAU G., 1999. Intérêt du fipronil à 0,25 p. cent en spray dans le traitement de la phtiriose à Damalinia equi (pou mallophage). Pratique Vétérinaire Equine, 31, 65-68.
-
JOHNSON P.W., BORAY J.C., DAWSON K.L., 1992. Resistance to synthtic pyrethroid pour-on insecticides in strains of the sheep body louse Bovicola (Damalinia) ovis. Australian Veterinary Journal, 69, 213-217.
-
LEANING W.H., 1984. Ivermectin as an antiparasitic agent in cattle. Modern Veterinary Practice, 65, 669-672.
-
LEVOT G.W., 1995. Resistance and the control of sheep ectoparasites. International Journal for Parasitology, 25, 1355-1362.
-
LEVOT G.W., JOHNSON P.W., HUGHES P.B., POWIS K.J., BORAY J.C., DAWSON K.L., 1995. Pyrethroid resistance in Australian field populations of the sheep body louse, Bovicola (Damalinia) ovis. Medical and Veterinary Entomology, 9, 59-65.
-
LIEBISCH A., 1986. Bayticol® pour-on : a new product and a new method for the control of stationary ectoparasites in cattle. Veterinary Medical Review, 1, 17-27.
-
LIEBISCH A., BEDER G., 1988. Ectoparasite control in sheep using pyrethroid pour-on formulations. Symposium Weideparasitosen, Bad Zwischenahn, 17-18 September 1987, p. 99-107.
-
LOGAN N.B., WEATHERLEY A.J., PHILLIPS F.E., WILKINS C.P., SHANKS D.J., 1993. Spectrum of activity of doramectin against cattle mites and lice. Veterinary Parasitology, 49, 67-73.
-
LOSSON B., 2003. Les gales et les poux chez les bovins. Le Point Vétérinaire, 234, 24-29.
-
LOSSON B., LONNEUX J.F., 1996. Field efficacy of moxidectin 0,5% pour-on against Chorioptes bovis, Damalinia bovis, Linognathus vituli and Psoroptes ovis in naturally infected cattle. Veterinary Parasitology, 63, 119-130.
-
LLOYD J.E., KUMAR R., WAGGONER J.W., PHILLIPS F.E., 1996. Doramectin systemic activity against cattle grubs, Hypoderma lineatum and H. bovis (Diptera : Oestridae), and cattle lice, Bovicola bovis (Mallophaga : Trichodectidae), Linognathus vituli and Solenopotes capillatus (Anoplura : Linognathidae), and Haematopinus eurysternus (Anoplura : Haematopinidae), in Wyoming. Veterinary Parasitology, 63, 307-317.
-
LLOYD J.E., KUMAR R., GRUBBS M.A., WAGGONER J.W., NORELIUS E.E., SMITH L.L., BRAKE A.C., SKOGERBOE T.L., SHOSTROM V.K., 2001. Persistent efficacy of doramectin topical solution against induced infestations of Bovicola bovis and Solenopotes capillatus. Veterinary Parasitology, 102, 235-241.
-
MARTIN P.J., 1993. The development of high synthetic pyrethroid resistance in Bovicola (Damalinia) ovis and the implications for resistance management. Australian Veterinary Journal, 70, 209-211.
-
MENCKE N., LARSEN K.S., EYDAL M., SIGUROSSON H., 2004. Natural infestation of the chewing lice (Werneckiella equi) on horses and treatment with imidacloprid and phoxim. Parasitology Research, 94, 367-370.
-
MENCKE N., LARSEN K.S., EYDAL M., SIGUROSSON H., 2005. Dermatological and parasitological evaluation of infestations with chewing lice (Werneckiella equi) on horses and treatment using imidacloprid. Parasitology Research, 97, 7-12.
-
MUTSAERS C.W., VAN DER VELDEN M.A., 1988. Twee gevallen van colon obstipatie bij pony’s, vermoedelijk als gevolg van een behandeling met Taktic®. Tijdschrift voor Diergeneeskunde, 113, 1246-1248.
-
PHILLIPS F.E., LOGAN N.B., JONES R.M., 1996. Field evaluation of doramectin for treatment of gastrointestinal nematode infections and louse infestations of cattle. American Journal of Veterinary Research, 57, 1468-1471.
-
PLUMB D.C., 2002. Veterinary Drug Handbook. 4th Edition. Iowa State Press : Ames, 960 p.
-
POLLEY L.R., WAGNER B.A., WARD T.I., CAMPBELL J.R., 1998. Effect of topical ivermectin and moxidectin for naturally acquired Damalinia bovis infestations in cattle treated under winter conditions in Canada. The Veterinary Record, 143, 80-81.
-
REHBEIN S., PITT S.R., ROSSI L., POLLMEIER M., 2005. Efficacy of eprinomectin against Linognathus vituli and Bovicola bovis on calves. The Veterinary Record, 156, 112-113.
-
ROBERTS M.C., SEAWRIGHT A.A., 1983. Experimental studies of drug-induced impaction colic in the horse. Equine Veterinary Journal, 15, 222-228.
-
ROONEY K.A., ILLYES E.F., SUNDERLAND S.J., SARASOLA P., HENDRICKX M.O., KELLER D.S., MEINERT T.R., LOGAN N.B., WEATHERLEY A.J., CONDER G.A., 1999. Efficacy of a pour-on formulation of doramectin against lice, mites, and grubs of cattle. American Journal of Veterinary Research, 60, 402-404.
-
SKOGERBOE T.L., SMITH L.L., KARLE V.K., DEROZIER C.L., 2000. The persistent efficacy of doramectin pour-on against biting and sucking louse infestations of cattle. Veterinary Parasitology, 87, 183-192.
-
TITCHENER R.N., 1985. The control of lice on domestic livestock. Veterinary Parasitology, 18, 281-288.
-
TITCHENER R.N., PARRY J.M., GRIMSHAW W.T.R., 1994. Efficacy of formulations of abamectin, ivermectin and moxidectin against sucking and biting lice of cattle. The Veterinary Record, 134, 452-453.
-
TITCHENER R.N., PURNELL R.E., 1996. Duration of persistence of injectable avermectins against sucking lice of cattle. The Veterinary Record, 139, 345-346.
-
VILLENEUVE A., DAIGNEAULT J., 1997. Evaluation of the protective efficacy of doramectin against sucking lice of cattle. Veterinary Parasitology, 72, 91-99.
-
WALL R., STRONG L., 1987. Environmental consequences of treating cattle with the antiparasitic drug ivermectin. Nature, 327, 418-421.
-
YADAV C.L., BANERJEE P.S., KUMAR V., VATSYA S., 2004. Comparative efficacy of pour-on moxidectin, flumethrin and injectable ivermectin against louse infestation in goats. Indian Veterinary Journal, 81, 1325-1326.
Voetnoten
-
Lijst met toegelaten biociden via www.health.fgov.be (Klik op: milieu => chemische stoffen => biociden => lijst van toegelaten producten => lijst van toegelaten biociden)
-
Voor meer informatie, zie KB van 14 december 2006, via: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/nlcascade.php