Fipronil wordt gebruikt bij honden en katten. Het is actief tegen vlooien, bijtluizen, teken en schurftmijten.
Overzichtstabel antiparasitaire middelen voor gebruik op de huid
Fipronil behoort tot de fenylpyrazolonen en werkt door inhibitie van het GABA complex dat de transfer van de chloridenionen doorheen het membraan ter hoogte van de pré- en de postsynapsen blokkeert door zich op het chloorkanaal te hechten. Het veroorzaakt zo een ongecontroleerde activiteit van het centrale zenuwstelsel en de dood van de insecten en de mijten. Fipronil remt ook de glutamaat-gereguleerde chloridekanalen die alleen bij invertebraten aanwezig zijn. Fipronil werkt voornamelijk tegen de volwassen vlooien (adulticide). Fipronil doodt volwassen vlooien binnen 24-48 h en teken binnen 48 h na blootstelling aan het product. Teken die reeds aanwezig zijn op het dier op het moment van de behandeling worden binnen de week gedood.
Fipronil wordt na plaatselijke toediening over de vacht en de huid van het hele dier verspreid en ter hoogte van de talgklieren gestockeerd van waaruit het geleidelijk wordt vrijgesteld en herverdeeld over de vacht en de huid van het dier. Dit laatste verklaart de residuele werking van deze stof en het relatief lange interval tussen twee behandelingen (3 weken tot 3 maanden). Fipronil doodt het insect na contact of na ingestie. Na cutane toediening wordt deze molecule in geringe mate geresorbeerd. Fipronil wordt hoofdzakelijk gemetaboliseerd tot zijn sulfonderivaat, dat ook insecticide en acaricide eigenschappen bezit.
Fipronil spot-on niet toedienen aan pups en kittens jonger dan 8 weken of lichter dan 2 kg (hond) of 1 kg (kat). Fipronil niet gebruiken bij zieke of herstellende dieren. Niet toedienen aan konijnen.
Het risico op intoxicatie is gering. Indien het product opgelikt wordt, kan een korte periode van overmatig speekselen worden opgemerkt, hoofdzakelijk te wijten aan het oplosmiddel. Uitzonderlijk werden na gebruik voorbijgaande huidreacties (schilfering, roodheid, jeuk, lokaal haarverlies) gemeld. Uitzonderlijk werden overmatig speekselen, omkeerbare neurologische symptomen (overgevoeligheid, depressie, nerveuze symptomen), braken of ademhalingssymptomen opgemerkt na gebruik. Overdoseringen dienen te worden vermeden. Gebruik van de spray bij jonge of verzwakte dieren zou kunnen leiden tot dodelijke ongelukken door inademing van isopropanol dat als oplosmiddel gebruikt wordt.
Geen bekend.
Het is belangrijk ervoor te zorgen dat dieren elkaar niet likken na de behandeling. Wassen, baden en laten zwemmen van behandelde dieren wordt afgeraden gedurende de eerste 2 dagen na de behandeling. Mensen dienen contact van het product met de mond of de ogen te vermijden. Fipronil kan een nadelig effect hebben op organismen die in het water leven.
Naargelang het diergeneesmiddel wordt het toedienen van fipronil (al of niet in combinatie met andere actieve stoffen) tijdens dracht en/of lactatie al of niet aangeraden. Het risico op bijwerkingen tijdens dracht en/of lactatie kan niet worden uitgesloten omdat studies bij drachtige of lacterende doeldieren vaak ontbreken.