Een recente studie (Tassin de Montaigu et al., 2025) analyseerde de aanwezige insecticiden op het dierenhaar dat kool- en pimpelmezen gebruikten voor hun nesten. De onderzoekers keken ook naar de mogelijke gevolgen van die insecticiden voor de kuikens.
Vrijwilligers van een Britse ornithologische vereniging verzamelden voor deze studie de nesten (in de vogelhuisjes) in hun tuin. De onderzoekers zochten vervolgens naar pesticiden op de in die nesten gebruikte dierenharen en telden het aantal niet-uitgekomen eieren en het aantal dode kuikens (in totaal 103 nesten).
Op het haar in elk nest werden tussen 2 en 11 verschillende insecticiden aangetroffen. De hoogste concentraties waren die van dinotefuran (7198 ppb), permethrine (6274 ppb) en cypermethrine (4260 ppb). Fipronil (100% van de nesten van beide soorten), imidacloprid (89,1% van de nesten van de pimpelmees en 87,2% van de nesten van de koolmees) en permethrine (89,1% van de nesten van de pimpelmees en 84,6% van nesten van de koolmees) zijn de drie insecticiden die het vaakst werden aangetroffen in de nesten. Al die insecticiden worden gebruikt als ectoparasitica in het Verenigd Koninkrijk.
Voor alle nesten (N=103) was er een significante correlatie tussen het aantal niet-uitgekomen eieren en de concentratie pesticiden. Voor de nesten in stedelijk gebied (N=39) was er ook een significante correlatie tussen het aantal dode kuikens en de concentratie pesticiden. Een gelijkaardige maar niet-significante trend werd waargenomen tussen het aantal dode kuikens en het gedetecteerde aantal insecticiden (enkel bij de koolmees).
Heeft dit gevolgen voor de voortplanting van nestbouwende vogels?
Tassin de Montaigu et al. (2025) keken naar de nesten van kool- en pimpelmezen, maar ook andere soorten gebruiken dierenhaar voor hun nest. De studie toonde aan dat vogels via het gecontamineerde dierenhaar werden blootgesteld aan verschillende insecticiden (ectoparasitica).
Deze studie heeft echter beperkingen:
- Wat het aantal dode kuikens en niet-uitgekomen eieren en de insecticidenaantallen en concentraties betreft, zijn de waargenomen trends correlaties en geen oorzakelijke verbanden. Ook andere factoren (weersomstandigheden, voedsel) kunnen een rol spelen.
- De haren die voor de nesten werden gebruikt, konden evengoed gecontamineerd zijn door de omgeving (residuen in de bodem en in het water) als door een behandeling met ectoparasitica. Een onderscheid maken tussen de twee soorten contaminatie blijft moeilijk. Bovendien werd niet bepaald van welke diersoorten het haar afkomstig was. We weten dus niet of het om haren van gedomesticeerde (en dus mogelijk behandelde) of wilde (onbehandelde) soorten ging.
- De vrijwilligers die de nesten verzamelden, zijn lid van een ornithologische vereniging en gebruiken dus mogelijk minder ectoparasitica om hun huisdieren te behandelen. De resultaten van de studie zijn misschien niet extrapoleerbaar naar de rest van Groot-Brittannië (en Europa).
- Het aantal dode kuikens en niet-uitgekomen eieren wordt waarschijnlijk onderschat in de studie. De nesten werden namelijk verzameld na de nestbouwperiode en volwassen vogels duwen niet-uitgekomen eieren en dode kuikens uit het nest. Het is dus mogelijk dat niet alle dode kuikens en niet-uitgekomen eieren werden teruggevonden. Ook is het waarschijnlijk dat de insecticideconcentraties zijn gedaald tussen het moment waarop de nesten werden gebouwd en het moment waarop ze werden verzameld.
Bovendien is de blootstelling van de huid van vogels aan insecticiden (bv. door rechtstreeks contract met gecontamineerde haren) nog maar weinig bestudeerd.
Commentaar van het BCFI
Op basis van de studie van Tassin de Montaigu et al. (2025) kan niet worden bevestigd dat met ectoparasitica besmet dierenhaar gevolgen heeft voor de voortplanting van nestbouwende vogels, ook al kwamen de vogels en hun kuikens in de nesten rechtstreeks in contact met verschillende van die stoffen.
Dit is dus een aanvullende studie die oproept tot verantwoord gebruik van ectoparasitica om de impact ervan op het milieu te beperken (zie ook Folia-artikels van 2024, 2023 en 2019).
Mogelijke bijwerkingen van een diergeneesmiddel voor dieren, mensen of milieu kan je altijd melden via het online formulier van het FAGG.
Bron:
- Tassin de Montaigu, C., Glauser, G., Guinchard, S., & Goulson, D. (2025). High prevalence of veterinary drugs in bird's nests. Science of The Total Environment, 178439.