Farmacotherapeutische info

Kaliumbromide

UPDATED
datum meest recente update: 15-06-2026
Groep
Anti-epileptica
Indicatie
epilepsie
Actief bestanddeel
kaliumbromide
Indicatie

Voor honden met refractaire epilepsie waarbij de aanvallen, ondanks een correcte behandeling met fenobarbital, onvoldoende onder controle kunnen worden gebracht en waarbij de serumconcentratie van fenobarbital in steady-state is binnen het therapeutische bereik. De dosis wordt per dier getitreerd en wordt tweemaal per dag met voedsel toegediend.

Farmacodynamie

Bromide concurreert met het transport van chloride door zenuwcelmembranen en veroorzaakt membraanhyperpolarisatie door een verminderd natriumtransport. Deze hyperpolarisatie verhoogt de aanvalsdrempel en voorkomt de verspreiding van epileptische ontladingen. Bromide versterkt het effect van GABA en veroorzaakt een synergistische activiteit van bromide met andere geneesmiddelen met een GABA-activiteit, zoals fenobarbital.

Farmacokinetiek

De halfwaardetijd bij de hond is ongeveer 24 dagen. Hierdoor kan het enkele weken tot maanden duren om steady-state concentraties te bereiken. Kaliumbromide wordt bij orale toediening goed geabsorbeerd met een maximale absorptie na ongeveer 1,5 h. Het bromide-ion verdeelt zich, net als chloride, over de extracellulaire ruimte en in de cellen. Het verspreidt zich waarschijnlijk net als het chloride-ion, passief door de meeste celmembranen volgens het transmembraanpotentiaal. Bromide wordt niet gemetaboliseerd en wordt voornamelijk door de nieren uitgescheiden, waar het concurreert met chloride voor tubulaire reabsorptie. Naarmate de bromideconcentratie in het lichaam toeneemt, neemt de concentratie chloride af in directe verhouding tot de toename van bromide.

Contra-indicatie
  • Ernstige nierinsufficiëntie
  • Oudere dieren en dieren met comorbiditeiten zijn gevoeliger voor overdosering dan jongere.
Bijwerkingen

Voorbijgaande (3 weken!) sedatie. Ataxie, braken, polyurie, polydipsie, polyfagie, misselijkheid en huiduitslag kunnen als bijwerkingen bij de hond voorkomen. Minder vaak voorkomende bijwerkingen zijn agressiviteit, pancreatitis. In veel gevallen kunnen deze bijwerkingen verdwijnen na reductie van de fenobarbital-dosis met 10-25%. In geval van pancreatitis of dermatitis kan een symptomatische behandeling noodzakelijk zijn.

Interacties

Hoge opname van chloorionen (droogvoeders met > 1% Cl) met het voeder verhoogt de bromideuitscheiding in de urine en verlaagt de serumconcentraties van bromide met eventuele epileptische aanvallen als gevolg. Bij het overschakelen op een dieet met weinig chloride wordt de serumconcentratie van bromide daarentegen verhoogd, wat kan leiden tot bromide-intoxicatie. Toediening van vloeistoffen of geneesmiddelen die chloride bevatten kan de serumconcentraties van bromide verlagen. Lisdiuretica (bijv. furosemide) kunnen de uitscheiding van bromide doen toenemen, waardoor de serumconcentraties van bromide worden verlaagd. Bromide-intoxicatie kan worden behandeld door toediening van natriumchloride of een middel dat de afscheiding van chloride via de urine bevordert.

Voorzorgen voor gebruik

De behandeling mag niet abrupt worden gestaakt, aangezien dit kan leiden tot aanvallen. Bij dieren met nierinsufficiëntie kan het nodig zijn de dosis te verlagen. Een vermindering van de inname van chloride kan bromide-intoxicatie veroorzaken. Het toedienen op een lege maag kan leiden tot braken. Honden die minder dan 11 kg wegen kunnen niet nauwkeurig gedoseerd worden met de aanbevolen initiële dosering van tweemaal daags.
Vrouwen dienen het hanteren van kaliumbromide te mijden tijdens de zwangerschap of mogelijke zwangerschap of bij borstvoeding. Bij irritatie van de huid of de ogen, of bij accidentele zelftoediening dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond

Voortplanting & lactatie

De veiligheid van dit diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht of lactatie. Bromide kan de placenta passeren en bij mensen zijn gevallen van neonatale bromide-toxiciteit bekend. De behandeling tijdens dracht of lactatie moet gebaseerd zijn op een baten/risicobeoordeling.