Selectief droogzetten leidt tot een verminderd antibioticumgebruik, heeft geen negatief effect op de uiergezondheid noch op het opruimpercentage en heeft geen negatief effect op de melkproductie in de daaropvolgende lactatie.
Kernboodschap
Selectief droogzetten houdt in dat enkel de koeien waarvan men vermoedt dat er een intramammaire infectie aanwezig is met een majeur mastitis pathogeen, behandeld worden met antibiotica. Deze koeien krijgen bij droogzetten een langwerkend antibioticum intramammair toegediend, de andere koeien niet. Het is essentieel dat alle koeien een interne tepelafsluiter toegediend krijgen om nieuwe intramammaire infecties tijdens de droogstand te voorkomen.
Selectief droogzetten leidt tot een verminderd antibioticumgebruik, heeft geen negatief effect op de uiergezondheid noch op het opruimpercentage en heeft geen negatief effect op de melkproductie in de daaropvolgende lactatie.
Het identificeren van vermoedelijk intramammair geïnfecteerde runderen kan gebeuren op basis van algoritmen (vb. klinische mastitis in de voorgaande lactatie en/of een somatisch celgetal >200.000 cellen/mL) of op basis van cultuur (vb. bacteriologisch onderzoek of sneltesten). Gezien de onzekerheden omtrent het mogelijks gunstig effect van droogzetten op kwartierniveau (enkel de geïnfecteerde kwartieren behandelen) adviseert het BCFI om selectief droogzetten toe te passen op koeniveau (alle kwartieren op dezelfde manier behandelen).
Inleiding
Sinds de Europese verordening 2019/6 van kracht werd in 2022 is het algemeen droogzetten van melkvee met intramammair toegediende antibiotica (blind droogzetten of ‘blanket dry cow therapy’) verboden. Voor meer info omtrent het correct antibioticumgebruik in het kader van deze wetgeving wordt doorverwezen naar de bijscholing hieromtrent.
De implementatie van het wettelijk kader verloopt traag. Blind droogzetten wordt waarschijnlijk nog steeds toegepast vanwege de overtuiging dat blind droogzetten superieur is ten opzichte van selectief droogzetten voor de uiergezondheid. Vanuit wettelijk standpunt is enkel dit selectief droogzetten (‘selective dry cow therapy’) toegelaten en wordt het ook aanbevolen vanuit AMCRA ter vermindering van het antibioticumgebruik. Ongeveer 70% van het antibioticumgebruik bij melkvee heeft te maken met uiergezondheid (Kuipers et al., 2016).
Bij selectief droogzetten worden enkel de koeien die vermoedelijk intramammair geïnfecteerd zijn met een majeur mastitis pathogeen (zoals Staphylococcus aureus, Streptococcus uberis, S. agalactiae, S. dysgalactiae, E. coli, Klebsiella spp.) behandeld met een langwerkend antibioticum bij het droogzetten. Zodoende kan de infectie geëlimineerd worden vooraleer de volgende lactatie start. De andere runderen worden drooggezet zonder geneesmiddel of met een interne tepelafsluiter.
Het doel van dit artikel is om via literatuuronderzoek, en dus de momenteel gekende beschikbare bewijzen, de impact van selectief droogzetten op verschillende praktijkrelevante factoren te bestuderen. De antwoorden bieden de practicus een leidraad om selectief droogzetten te implementeren in de Belgische melkveehouderij.
Concreet zal dit artikel een antwoord bieden op volgende vragen:
- Leidt selectief droogzetten weldegelijk tot een verminderd antibioticumgebruik?
- Heeft selectief droogzetten een negatieve impact op de uiergezondheid?
- Zorgt selectief droogzetten voor meer vroegtijdig opruimen van runderen?
- Dient de beslissing voor selectief droogzetten gebaseerd te zijn op cultuurgegevens of op een algoritme voornamelijk gebaseerd op celgetal?
- Welke koeien dienen te worden drooggezet met een interne tepelafsluiter?
- Wat is het effect van selectief droogzetten op het microbioom en het resistoom?
- Is het een meerwaarde om selectief droogzetten op kwartierniveau toe te passen in plaats van op koeniveau?
Leidt selectief droogzetten weldegelijk tot een verminderd antibioticumgebruik?
De verschillende studies die het effect van selectief droogzetten op antibioticumgebruik ten opzichte van blind droogzetten hebben bestudeerd (Weber et al., 2021; Kabera et al. 2020; tho Seeth et al. 2017; Patel et al., 2017; Rowe et al., 2023; Lipkens et al., 2023) zijn unaniem. Het selectief droogzetten leidt tot een substantiële daling van intramammair AB gebruik van ongeveer 50%, dit over de verschillende onderzoeken heen.
Antwoord: Ja, selectief droogzetten leidt tot substantieel minder AB gebruik in vergelijking met blind droogzetten.
Heeft selectief droogzetten een negatieve impact op de uiergezondheid en melkproductie?
Naast reductie in antibioticum gebruik is de uiergezondheid van primordiaal belang om selectief droogzetten breed te kunnen implementeren. Uiergezondheid omvat verschillende aspecten waaronder: genezing van bestaande intramammaire infecties, nieuwe intramammaire infecties en klinische mastitis in de daaropvolgende lactatie.
Studies toonden een minimaal verschil in uiergezondheid (tho Seeth et al., 2017) of geen verschil in uiergezondheid tussen selectief droogzetten en blind droogzetten (Kabera et al., 2020; Aly et al., 2022; Patel et al., 2017; Rowe et al., 2023; Lipkens et al., 2023; Swinkels et al., 2021; Weber et al., 2021; Afifi et al., 2023). Belangrijk om te melden is dat de bovenstaande studies allen een interne tepelafsluiter gebruikten bij de niet-geïnfecteerde runderen op het moment van droogzetten.
Eén meta-analyse geeft aan dat een interne tepelafsluiter geen effect heeft op de genezing van bestaande intramammaire infecties in vergelijking met geen gebruik van een interne tepelafsluiter (Dufour et al., 2019). Echter, de consensus op basis van meerdere meta-analysen is dat het niet gebruiken van een interne tepelafsluiter leidt tot verminderde genezing van bestaande intramammaire infecties en verhoogde incidentie van intramammaire infecties met verhoogd celgetal in de daaropvolgende lactatie (Kabera et al., 2021; Winder et al., 2019).
Ook wat betreft melkproductie in de daaropvolgende lactatie werd er geen verschil waargenomen tussen blind droogzetten en selectief droogzetten (Swinkels et al., 2021; Kabera et al., 2020).
Antwoord: Neen, er is geen relevant verschil tussen blind droogzetten en selectief droogzetten wat betreft uiergezondheid en melkproductie in de daaropvolgende lactatie.
Zorgt selectief droogzetten voor meer vroegtijdig opruimen van runderen?
Alle relevante studies die dit onderzochten, hebben geen significant verschil gevonden in het opruimpercentage tussen blind droogzetten en selectief droogzetten (Aly et al., 2022; Rowe et al., 2023; tho Seeth et al., 2017; Lipkens et al., 2023; Dziuba et al., 2023).
Antwoord: Neen, er is geen relevant verschil in opruimpercentage tussen blind droogzetten en selectief droogzetten.
Dient de beslissing voor selectief droogzetten gebaseerd te zijn op cultuurgegevens of op een algoritme voornamelijk gebaseerd op celgetal?
Bij selectief droogzetten worden enkel de runderen behandeld waarvan men vermoedt dat er een intramammaire infectie aanwezig is met een majeur mastitis pathogeen.
Reeds in 2002 stelde Huxley et al. dat selectief droogzetten kan toegepast worden op koeien die in de voorgaande lactatie geen klinische mastitis hebben doorgemaakt en waarvan het somatisch celgetal (SCC) ≤ 200.000 cellen/mL bedraagt.
AMCRA (2021) stelt in haar adviezen, gebaseerd op Bradley et al. (2018), dat selectief droogzetten niet kan toegepast worden op bedrijven waar:
- het geometrisch gemiddelde van het tankmelkcelgetal van de laatste zes maandresultaten minimaal twee maal hoger ligt dan 250.000 cellen/mL,
- S. agalactiae aanwezig is of
- er specifieke risico’s betreffende de uiergezondheid aanwezig zijn (bijvoorbeeld veel problemen bij pas afgekalfde koeien of de aanwezigheid van S. aureus of omschakeling naar robotmelken).
Als voorgaande niet het geval is, kan selectief droogzetten dan toegepast worden volgens dezelfde criteria beschreven door Huxley et al. (2002).
Beide zijn voorbeelden van algoritme gebaseerde selectief droogzetten, waarbij het celgetal een voorname rol speelt en op basis van drempelwaarden van kwantitatieve criteria kan bepaald worden of intramammaire antibiotica toediening nodig is. Een voorbeeld van test is de California Mastitis Test (CMT).
Een andere manier is cultuur gebaseerde toepassing van selectief droogzetten. Bacteriologisch labo-onderzoek is de gouden standaard maar is praktisch gezien beperkt inzetbaar gezien de langere verwerkingstijd van stalen. Als alternatief kunnen bacteriologisch sneltesten ingezet worden waarbij het resultaat binnen de 24u beschikbaar is. Afhankelijk van welke test gebruikt wordt, kan een staal positief beschouwd worden vanaf één kolonie of vanaf een bepaalde hoeveelheid koloniegroei (Rowe et al., 2020).
Tho Seeth (2017) concludeert dat er geen verschil is tussen cultuur gebaseerd selectief droogzetten en blind droogzetten wat betreft genezing van infecties in de droogstand, maar dat er wel een verminderde genezing is in de droogstand bij algoritme gebaseerd droogzetten ten opzichte van blind droogzetten. Wat betreft nieuwe intramammaire infecties is er geen verschil tussen algoritme of cultuur gebaseerd selectief droogzetten. Uit de meta-analyse van Rowe et al. (2023) blijkt zowel cultuur gebaseerde, als algoritme gebaseerde selectie voor selectief droogzetten evenwaardig te zijn ten opzichte van blind droogzetten wat betreft uiergezondheid.
Antwoord: Mogelijks is cultuur gebaseerd selectief droogzetten in beperkte mate beter dan algoritme gebaseerd selectief droogzetten in het genezen van bestaande intramammaire infecties bij het droogzetten maar is algoritme gebaseerd droogzetten een quasi evenwaardig alternatief, zeker wat betreft voorkomen van nieuwe intramammaire infecties.
Welke koeien dienen te worden drooggezet met een interne tepelafsluiter?
Het doel van een interne tepelafsluiter, dewelke bismuth verbindingen bevatten, is het vormen van een fysieke barrière in het tepelkanaal zodat kiemen de uier niet kunnen binnendringen. De meeste uierinfecties met majeure pathogenen tijdens droogstand worden veroorzaakt door omgevingsgebonden kiemen zoals E. coli en S. uberis (Dingwell et al., 2004; Nitz et al., 2021). De noodzaak van een interne tepelafsluiter kan verondersteld worden gezien bij 23% van de kwartieren geen volwaardige keratineplug wordt gevormd gedurende de droogstand (Dingwell et al., 2004).
Verschillende studies en meta-analysen tonen aan dat het niet gebruiken van een interne tepelafsluiter een risico vormt voor nieuwe intramammaire infecties gedurende de droogstand (Dufour et al., 2019; Winder et al., 2019; Kabera et al., 2021). Echter, moet men hierbij wel rekening houden dat een interne tepelafsluiter geen effect heeft op een reeds aanwezige intramammaire infectie (Dufour et al., 2019). Bijgevolg wordt aangeraden om bij vermoedelijk geïnfecteerde koeien zowel een langwerkend antibioticum als een interne tepelafsluiter toe te dienen.
Antwoord: Allemaal. Er wordt aanbevolen om bij alle dieren een interne tepelafsluiter te gebruiken bij droogzetten, zowel voor de vermoedelijk niet geïnfecteerde (geen antibioticum, enkel interne tepelafsluiter), als vermoedelijk wel geïnfecteerde koeien (zowel een antibioticum als interne tepelafsluiter).
Wat is het effect van selectief droogzetten op het microbioom en het resistoom in de uier?
Het microbioom is de verzameling aan bacteriën, en ander micro-organismen, die aanwezig zijn in de uier. Het resistoom is dan het geheel aan antimicrobiële resistentiegenen aanwezig in de uier. Er wordt meer en meer aandacht besteed aan beide gezien het natuurlijk aanwezig microbioom een fysiologische rol heeft en het resistoom kan bijdragen aan resistentie bij pathogene bacteriën en uiteindelijk therapiefalen. Daarbij wordt het mogelijk geacht dat het toedienen van intramammaire antibiotica het microbioom van de uier verstoort en een impact heeft op het resistoom.
De belangrijkste phyla van het microbioom zijn Firmicutes (68%), Proteobacteria (23%), Actinobacteria (4%) en Bacteroidetes (3%) (Vasquez et al., 2022). Sequencing van het RNA toonde geen verschil in samenstelling in het microbioom en resistoom aan tussen koeien die drooggezet werden met cefapirine in combinatie met een uitwendige tepelafsluiter en koeien die enkel met een uitwendige tepelafsluiter werden drooggezet (Vasquez et al., 2022). Echter, er werd hier geen gebruik gemaakt van een inwendige tepelafsluiter.
Dit werd wel onderzocht door Goncalves et al. (2022) waarbij een interne tepelafsluiter werd vergeleken met de combinatie interne tepelafsluiter en een antibioticum (cefalonium). Ook hier werd er geen verschil gevonden in de diversiteit van het microbioom maar wel een hogere abundantie van commensale bacteriën, dewelke een gunstig effect hebben, bij de groep die enkel interne tepelafsluiter kreeg.
Ook Biscarini et al. (2020) vond bij RNA sequencing geen verschil in diversiteit van het microbioom bij gebruik van een interne tepelafsluiter, een antibioticum (cefalonium of cloxacilline) of geen intramammaire behandeling. Ook was er geen effect van de antibioticum behandeling op de abundantie van kiemen.
Gezien het beperkt aantal onderzoeken hieromtrent kan geen éénduidig advies worden verstrekt. Het lijkt er op dat, in tegenstelling tot de verwachtingen, er geen afname is in microbioom diversiteit door antibioticum behandeling.
Antwoord: Gezien het beperkt aantal onderzoeken hieromtrent is het niet mogelijk een éénduidig advies te geven. Er zijn evenwel aanwijzingen dat antibiotica het aantal bacteriën in het ganse microbioom kan doen afnemen.
Is het een meerwaarde om selectief droogzetten op kwartierniveau toe te passen in plaats van op koeniveau?
Selectief droogzetten wordt doorgaans geadviseerd op koeniveau. Als er vermoedelijk een infectie aanwezig is wordt de koe drooggezet met een antibioticum, in combinatie met een tepelafsluiter. Echter, uierinfecties bevinden zich meestal maar in 1 of 2 kwartieren (Kabera et al., 2020), maar toch wordt standaard op koeniveau behandeld omdat er van uitgegaan wordt dat kwartieren afhankelijk zijn van elkaar. Dit droogzetten op kwartierniveau zou voor een verhoogd infectierisico zorgen van niet-geïnfecteerde kwartieren bij geïnfecteerde koeien (Swinkels et al., 2021).
De afhankelijkheid van kwartieren zou daarentegen minder zijn bij omgevingspathogenen met hierbij een infectierisico dat voor elk kwartier hetzelfde is (Barkema et al., 1997). Om selectief droogzetten op kwartierniveau te kunnen toepassen, zijn evenwel SCC gegevens of cultuurgegevens nodig op kwartierniveau (bv. met CMT).
De meeste studies die selectief droogzetten op kwartierniveau bestuderen, vergelijken het effect met blind droogzetten en niet met selectief droogzetten op koeniveau (Patel et al., 2017; Kabera et al., 2020; Rowe et al., 2023). De conclusies hiervoor zijn reeds hoger beschreven, met name een sterk verminderd antibioticumgebruik en geen negatieve effecten op de uiergezondheid in vergelijking met blind droogzetten.
Swinkels et al. (2021) vergeleek het effect van selectief droogzetten op koeniveau met selectief droogzetten op kwartierniveau, op bedrijven waar intramammaire infecties voornamelijk te wijten zijn aan omgevingsgebonden kiemen. Er werd geen verschil gezien tussen de twee vormen van droogzetten onderling en met blind droogzetten wat betreft klinische mastitis en melkproductie in de daaropvolgende lactatie. Er was geen verschil in prevalentie van intramammaire infecties met majeure pathogenen bij het kalven tussen beide vormen van selectief droogzetten. Een verminderd antibioticum gebruik (-31%) werd vastgesteld bij droogzetten op kwartierniveau ten opzichte van koeniveau, maar enkel wanneer het SCC hoog was bij droogzetten (>250.000 cellen/mL). De auteurs concluderen dat selectief droogzetten op kwartierniveau enkel een meerwaarde is ten opzichte van droogzetten op koeniveau bij koeien met een hoog SCC op moment van droogzetten.
McCubbin et al. (2022) concludeert op basis van literatuur dat selectief droogzetten op kwartierniveau wel een meerwaarde betekent, maar voornamelijk voor het verder reduceren van het antibioticum gebruik, en afhankelijk van de beschikbare gegevens (vb. SCC op koeniveau of op kwartierniveau).
Antwoord: Neen. Selectief droogzetten op kwartierniveau heeft geen negatief effect op de uiergezondheid ten opzichte van blind droogzetten. Echter, gezien de beperkte literatuurgegevens die selectief droogzetten op koeniveau en kwartierniveau met elkaar vergelijken zijn er nog te veel onzekerheden om selectief droogzetten op kwartierniveau te adviseren ten opzichte van koeniveau.
Commentaar van het BCFI
Gebaseerd op de klinische studies en meta-analysen kan met grote zekerheid gesteld worden dat er geen negatieve impact is van selectief droogzetten op de uiergezondheid en melkproductie in vergelijking met blind droogzetten. Ook een verminderd antibioticumgebruik bij selectief droogzetten is overtuigend aangetoond. Vervolgens is het bewijs dat er geen impact is op vroegtijdig opruimen overtuigend.
Voor andere onderzochte hypothesen zijn het aantal relevante onderzoeken beperkt of niet conclusief waardoor er geen éénduidig advies kan gegeven worden omtrent het effect van droogzetten op het microbioom en resistoom van de uier en omtrent het verschil tussen selectief droogzetten gebaseerd op cultuur of op algoritmen.
Het BCFI adviseert om op heden selectief droogzetten toe te passen op koeniveau (alle kwartieren op dezelfde manier behandelen). Dit gezien de onzekerheden omtrent het mogelijks gunstig effect van droogzetten op kwartierniveau (enkel de geïnfecteerde kwartieren behandelen). Tenslotte adviseert het BCFI om alle runderen droog te zetten met een interne tepelafsluiter gezien het overtuigend bewijs op voorkomen van nieuwe infecties door de tepelafsluiter.
Referenties
- Afifi, M., Stryhn, H., Sanchez, J., Heider, L. C., Kabera, F., Roy, J. P., Godden, S., & Dufour, S. (2023). To seal or not to seal following an antimicrobial infusion at dry-off? A systematic review and multivariate meta-analysis of the incidence and prevalence of intramammary infections post-calving in dairy cows. Preventive Veterinary Medicine, 213, 105864.
- Aly, S. S., Okello, E., ElAshmawy, W. R., Williams, D. R., Anderson, R. J., Rossitto, P., Tonooka, K., Glenn, K., Karle, B., & Lehenbauer, T. W. (2022). Effectiveness of Intramammary Antibiotics, Internal Teat Sealants, or Both at Dry-Off in Dairy Cows: Clinical Mastitis and Culling Outcomes. Antibiotics-Basel, 11, 954.
- Barkema, H. W., Schukken, Y. H., Lam, T. J. G. M., Galligan, D. T., Beiboer, M. L., & Brand, A. (1997). Estimation of interdependence among quarters of the bovine udder with subclinical mastitis and implications for analysis. Journal of Dairy Science, 80(8), 1592-1599.
- Biscarini, F., Cremonesi, P., Castiglioni, B., Stella, A., Bronzo, V., Locatelli, C., & Moroni, P. (2020). A Randomized Controlled Trial of Teat-Sealant and Antibiotic Dry-Cow Treatments for Mastitis Prevention Shows Similar Effect on the Healthy Milk Microbiome. Frontiers in Veterinary Science, 7, 581.
- Bradley, A., De Vliegher, S., Farre, M., Jimenez, L. M., Peters, T., Schmitt-van de Leemput, E., & Van Werven, T. (2018). Pan-European agreement on dry cow therapy. Veterinary Record, 182(22).
- Creytens, L., Piepers, S., Lipkens, Z., & De Vliegher, S. (2023). Required steps towards antibiotic reduction on Flemish dairy farms- Part 1: prevention and selective dry cow therapy. Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift, 92(6), 283-294.
- Dingwell, R. T., Leslie, K. E., Schukken, Y. H., Sargeant, J. M., Timms, L. L., Duffield, T. F., Keefe, G. P., Kelton, D. F., Lissemore, K. D., & Conklin, J. (2004). Association of cow and quarter-level factors at drying-off with new intramammary infections during the dry period. Preventive Veterinary Medicine, 63(1-2), 75-89.
- Dufour, S., Wellemans, V., Roy, J. P., Lacasse, P., Ordonez-Iturriaga, A., & Francoz, D. (2019). Non-antimicrobial approaches at drying-off for treating and preventing intramammary infections in dairy cows. Part 1. Meta-analyses of efficacy of using an internal teat sealant without a concomitant antimicrobial treatment. Animal health research reviews, 20(1), 86-97.
- Dziuba, M., Caixeta, L. S., Boyum, B., Godden, S., Royster, E., & Rowe, S. (2023). Negatively controlled trial investigating the effects of dry cow therapy on clinical mastitis and culling in multiparous cows. Journal of Dairy Science, 106(8), 5687-5695.
- ElAshmawy, W. R., Okello, E., Williams, D. R., Anderson, R. J., Karle, B., Lehenbauer, T. W., & Aly, S. S. (2022). Effectiveness of Intramammary Antibiotics, Internal Teat Sealants, or Both at Dry-Off in Dairy Cows: Milk Production and Somatic Cell Count Outcomes. Veterinary Sciences, 9(10), 559.
- Goncalves, J. L., Young, J., Leite, R. F., Fidelis, C. E., Trevisoli, P. A., Coutinho, L. L., Silva, N. C. C., Cue, R. I., Rall, V. L. M., & Dos Santos, M. V. (2022). The Impact of Selective Dry Cow Therapy Adopted in a Brazilian Farm on Bacterial Diversity and the Abundance of Quarter Milk. Veterinary Sciences, 9(10), 550.
- Huxley, J. N., Greent, M. J., Green, L. E., & Bradley, A. J. (2002). Evaluation of the efficacy of an internal teat sealer during the dry period. Journal of Dairy Science, 85(3), 551-561.
- Kabera, F., Dufour, S., Keefe, G., Cameron, M., & Roy, J. P. (2020). Evaluation of quarter-based selective dry cow therapy using Petrifilm on-farm milk culture: A randomized controlled trial. Journal of Dairy Science, 103(8), 7276-7287.
- Kabera, F., Roy, J. P., Afifi, M., Godden, S., Stryhn, H., Sanchez, J., & Dufour, S. (2021). Comparing Blanket vs. Selective Dry Cow Treatment Approaches for Elimination and Prevention of Intramammary Infections During the Dry Period: A Systematic Review and Meta-Analysis. Frontiers in Veterinary Science, 8, 688450.
- Kuipers, A., Koops, W. J., & Wemmenhove, H. (2016). Antibiotic use in dairy herds in the Netherlands from 2005 to 2012. Journal of Dairy Science, 99(2), 1632-1648. https://doi.org/10.3168/jds.2014-8428
- Lipkens, Z., Piepers, S., & De Vliegher, S. (2023). Impact of Selective Dry Cow Therapy on Antimicrobial Consumption, Udder Health, Milk Yield, and Culling Hazard in Commercial Dairy Herds. Antibiotics, 12(5), 901.
- McCubbin, K. D., de Jong, E., Lam, T., Kelton, D. F., Middleton, J. R., McDougall, S., De Vliegher, S., Godden, S., Rajala-Schultz, P. J., Rowe, S., Speksnijder, D. C., Kastelic, J. P., & Barkema, H. W. (2022). Invited review: Selective use of antimicrobials in dairy cattle at drying-off. Journal of Dairy Science, 105(9), 7161-7189.
- Patel, K., Godden, S. M., Royster, E. E., Timmerman, J. A. & Crooker, B. A. (2017). Pilot study: Impact of using a culture-guided selective dry cow therapy program targeting quarter-level treatment on udder health and antibiotic use. The Bovine Practitioner, 51(1), 48-57.
- Rowe, S., Kabera, F., Dufour, S., Godden, S., Roy, J. P., & Nydam, D. (2023). Selective dry-cow therapy can be implemented successfully in cows of all milk production levels. Journal of Dairy Science, 106(3), 1953-1967.
- tho Seeth, M., Wente, N., Paduch, J. H., Klocke, D., Vries, E. M. D., Hoedemaker, M., & Krömker, V. (2017). Different selective dry cow therapy concepts compared to blanket antibiotic dry cow treatment. Tieraerztliche Praxis Ausgabe Grosstiere Nutztiere, 45(6), 343-349.
- Swinkels, J. M., Leach, K. A., Breen, J. E., Payne, B., White, V., Green, M. J., & Bradley, A. J. (2021). Randomized controlled field trial comparing quarter and cow level selective dry cow treatment using the California Mastitis Test. Journal of Dairy Science, 104(8), 9063-9081.
- Vasquez, A., Nydam, D., Foditsch, C., Warnick, L., Wolfe, C., Doster, E., & Morley, P. S. (2022). Characterization and comparison of the microbiomes and resistomes of colostrum from selectively treated dry cows. Journal of Dairy Science, 105(1), 637-653.
- Weber, J., Borchardt, S., Seidel, J., Schreiter, R., Wehrle, F., Donat, K., & Freick, M. (2021). Effects of Selective Dry Cow Treatment on Intramammary Infection Risk after Calving, Cure Risk during the Dry Period, and Antibiotic Use at Drying-Off: A Systematic Review and Meta-Analysis of Current Literature (2000-2021). Animals, 11(12), 3403.
- Winder, C. B., Sargeant, J. M., Kelton, D. F., Leblanc, S. J., Duffield, T. F., Glanville, J., Wood, H., Churchill, K. J., Dunn, J., Bergevin, M. D., Dawkins, K., Meadows, S., & O'Connor, A. M. (2019). Comparative efficacy of blanket versus selective dry-cow therapy: a systematic review and pairwise meta-analysis. Animal health research reviews, 20(2), 217-228.