Kernboodschappen
Loeffler et al. (2025) voerden een systematische review uit van de wetenschappelijke literatuur over antimicrobiële behandeling van pyodermie bij de hond.
Uit die studie bleek het volgende:
- Het is belangrijk om eerst te kijken naar de primaire oorzaak van de huidaandoening, want pyodermie is een secundaire infectie.
- De voorkeursbehandeling voor oppervlaktepyodermie en de meeste gevallen van oppervlakkige pyodermie is het aanbrengen van een lokaal antisepticum.
- Bij diepe pyodermie en oppervlakkige pyodermie die niet reageert op een lokale behandeling gebruik je systemische antibacteriële middelen (bacteriële kweek en gevoeligheidstests zijn essentieel).
- Er is geen wetenschappelijk bewijs dat het gebruik van systemische behandeling ondersteunt zodra de klinische symptomen van de infectie zijn verdwenen.
De behandeling hangt af van het type pyodermie
Pyodermie is een secundaire infectie, dus is het belangrijk om eerst te kijken naar de primaire oorzaak van de huidaandoening. De belangrijkste primaire oorzaken zijn:
- trauma (bv. schaafwond, snijwond),
- aantasting door een ectoparasiet,
- atopie,
- veranderde keratinisatie en/of bepaalde systemische pathologieën (bv. endocrinopathie, neoplasie).
Pyodermie bij honden wordt ingedeeld volgens de diepte van de infectie:
- Oppervlaktepyodermie beperkt zich tot de hoornlaag en/of het folliculaire ostium, zonder de haarfollikel aan te tasten.
- Oppervlakkige pyodermie is een infectie van de epidermis met aantasting van de haarfollikel, maar zonder uitbreiding naar de diepe dermis.
- Diepe pyodermie tast de follikel aan met ruptuur en breidt zich uit naar de diepe dermis of zelfs de hypodermis.
- De vaakst aangetroffen kiem is Staphylococcus pseudintermedius. Polymicrobiële infecties zijn mogelijk bij diepe vormen.
Voor meer informatie over de verschillende types pyodermie, zie Loeffler et al. (2025), hoofdstuk 2 "Types of canine pyoderma and bacterial pathogens".
Sterkte van de aanbeveling (SOR)
Loeffler et al. (2025) evalueerden de geselecteerde wetenschappelijke studies om aanbevelingen van verschillende sterkte op te stellen op basis van het SORT-systeem (Strength of Recommendation Taxonomy) (Tabel 1).

Oppervlaktepyodermie
Voor oppervlaktepyodermie is de eerste keuze een behandeling met een topisch antimicrobieel middel (SOR A), voornamelijk een antisepticum (Tabel 2). Zijn topische antibiotica nodig, gebruik ze dan op basis van een cytologische analyse en een antibiogram. Daarbij moet worden opgemerkt dat topische toepassingen geen garantie bieden voor het behoud van effectieve concentraties op de plaats van de infectie.
Het product moet een of twee keer per dag worden aangebracht. Bij intertrigo zijn doekjes of gel aangewezen. Wanneer grote delen van de huid aangetast zijn, gaat de voorkeur uit naar shampoos of sprays.

Als de laesies pijnlijk zijn (bv. pyotraumatische dermatitis), moet analgesie worden overwogen om de behandeling te vergemakkelijken.
Topische antimicrobiële middelen kunnen worden gecombineerd met topische of systemische glucocorticoïden (systemische glucocorticoïden max. 5-7 dagen) (SOR A) of geneesmiddelen tegen de jeuk indien een inflammatoire of pruritische primaire oorzaak werd vastgesteld.
Glucocorticoïden geven een risico op immunosuppressie, dus verdient kortdurende behandeling met een preparaat met een lage sterkte de voorkeur (zie ook ons Folia-artikel van 2023).
Klinische oplossing van oppervlaktepyodermie mag worden verwacht binnen 7 tot 14 dagen na de start van de behandeling.
Langdurige antiseptische behandeling kan proactief worden toegepast als er een voorgeschiedenis van de aandoening is, als de primaire oorzaken niet kunnen worden behandeld en als er een risico op herval bestaat. Het wetenschappelijk bewijs hierover is echter zwak (sterkte van de aanbeveling: SOR C).
Oppervlakige pyodermie
In het geval van oppervlakkige pyodermie blijft topische antimicrobiële behandeling (antisepticum) de eerste keuze (SOR A) (Tabel 3). Na 2-3 weken beoordeelt de dierenarts de respons op de behandeling. De door Loeffler et al. (2025) geanalyseerde klinische studies toonden aan dat laesies na 3-4 weken behandeling verdwenen en dat verbetering merkbaar was binnen 1-2 weken. De antiseptische behandeling moet worden voortgezet totdat de laesies verdwenen zijn en de primaire oorzaken zijn behandeld.

Systemische antimicrobiële behandeling moet worden voorbehouden voor gevallen die niet reageren op topische behandeling (onvoldoende verbetering na 2 weken) of voor situaties waar topische behandeling niet mogelijk is. De werkzame stof moet worden gekozen op basis van bacteriële analyse en gevoeligheidstests (Tabel 4).
Systemische behandeling kan om te beginnen gedurende 2 weken worden gegeven, met herbeoordeling door de dierenarts voor het einde van de 2 weken indien mogelijk (SOR C). Als er binnen 5 tot 7 dagen geen verbetering optreedt (oppervlakkige bacteriële folliculitis), moet de herbeoordeling vroeger plaatsvinden. Gelijktijdige topische antimicrobiële behandeling kan de duur van de systemische behandeling verkorten, maar het wetenschappelijk bewijs is zwak (SOR C).
Er is geen bewijs dat het gebruik van systemische behandeling ondersteunt nadat de klinische tekenen van de infectie zijn verdwenen (verdwijning van de primaire laesies van pyodermie).
Net als bij oppervlaktepyodermie kan een topische antiseptische behandeling van lange duur worden gebruikt als de primaire oorzaken niet kunnen worden behandeld of als er een risico op recidief bestaat.
Diepe pyodermie
Diepe pyodermie vereist altijd een systemische antibacteriële behandeling, waarvan de werkzame stof wordt gebaseerd op bacteriële analyse en gevoeligheidstests (Tabel 4). Deze aanbevelingen houden geen rekening met de kinetiek van antimicrobiële geneesmiddelen. Gelijktijdige topische antimicrobiële behandeling als de hond geen pijn meer heeft, kan de genezing bevorderen, maar het wetenschappelijk bewijs blijft zwak (SOR C).


Een initiële behandelingskuur van 3 weken kan worden overwogen, met herbeoordeling door de dierenarts voordat die periode van 3 weken is verstreken. Als de klinische symptomen verbeteren, kan de behandeling worden voortgezet, met om de 2 weken een herbeoordeling. Treedt er geen verbetering op, dan moeten de gevoeligheidstests herhaald worden (mogelijke resistentie). Volgens de auteurs is systemische behandeling >6 weken slechts zeer zelden nodig. Ontstekingsremmers (bv. prednisolon, cyclosporine) kunnen, indien geschikt, antimicrobiële middelen vervangen bij de behandeling van huidlaesies.
Wetenschappelijk bewijs van hoge kwaliteit met betrekking tot de duur van de behandeling van diepe pyodermie is zeldzaam. De hier vermelde cijfers zijn daarom gebaseerd op een consensus tussen de auteurs van deze systematische review.
De systemische behandeling kan worden stopgezet wanneer de huidlaesies zijn verdwenen en er geen cytologisch bewijs van infectie meer is. Er is geen bewijs dat het gebruik van een systemische behandeling ondersteunt nadat de klinische symptomen zijn verdwenen.
Zoals bij de andere twee types van pyodermie kan een topische antiseptische behandeling op lange termijn worden gebruikt als de primaire oorzaken niet kunnen worden behandeld of als er een risico is op recidief.
Als de hond tekenen van pijn vertoont, moet een pijnstillende behandeling worden overwogen.
Commentaar van het BCFI
De studie van Loeffler et al. (2025) biedt nuttige informatie voor dierenartsen over de antimicrobiële behandeling van de verschillende types pyodermie.
De aanbevelingen zijn het resultaat van een goed uitgevoerde systematische review, wat transparantie over de gebruikte methodologie bevordert. De auteurs geven ook het niveau van bewijs voor de meeste aanbevelingen (het niveau van bewijs wordt niet altijd specifiek vermeld).
Hoewel verschillende aanbevelingen steunen op een hoog of matig bewijsniveau, zijn andere nog steeds gebaseerd op wetenschappelijk bewijs van mindere kwaliteit, wat de noodzaak voor verder onderzoek op dit gebied benadrukt. Dat geldt onder andere voor de duur van systemische behandelingen en het gelijktijdig gebruik van systemische en topische antimicrobiële middelen.
Bepaalde actieve stoffen zijn in België niet beschikbaar in topische vorm, zoals aanbevolen door Loeffler et al. (2025). Ze hebben ook niet noodzakelijk pyodermie als indicatie, wat een extrapolatie van deze resultaten naar de Belgische context kan bemoeilijken. Geen enkel Belgisch topisch antibioticum is geïndiceerd voor oppervlaktepyodermie. Antiseptica zijn hier de referentiebehandeling.
Omgekeerd zijn 2 Belgische topische antibiotica (fusidinezuur gecombineerd met betamethason) geïndiceerd voor oppervlakkige pyodermie, maar aan die aanbeveling kon geen "sterkte" (SOR) worden gekoppeld. Een ander Belgisch topisch antibioticum (clindamycine) is geïndiceerd voor oppervlakkige interdigitale pyodermie. Loeffler et al. (2025) vermelden deze werkzame stof echter niet wanneer ze bedoeld is voor cutaan gebruik.
Ook de doseringsaanbevelingen van Loeffler et al. (2025) voor systemische antibacteriële middelen komen niet altijd overeen met de informatie in de bijsluiters/SKP's van in België verkrijgbare geneesmiddelen. Sommige bijsluiters/SKP's nemen pyodermie niet op in hun indicaties, die soms erg vaag zijn (zie ook: AMCRA-Formularium over pyodermie bij de hond).
Om effectieve antibioticaconcentraties te kunnen bereiken op de plaats van de infectie moet je in de eerste plaats kijken naar geneesmiddelen waarbij pyodermie expliciet wordt vermeld als indicatie in de SKP.
Tot slot benadrukken de richtlijnen van Loeffler et al. (2025) dat het belangrijk is om bacteriekweken, gevoeligheidstests en een cytologische analyse uit te voeren voordat je een antibacterieel middel gebruikt. Dat is des te belangrijker omdat sommige van de systemische antibacteriële middelen die als tweede keuze worden aanbevolen, als kritisch belangrijk worden beschouwd (fluoroquinolonen, cefalosporines van de 3e en 4e generatie, AMCRA-code rood). Ze mogen enkel worden gebruikt in geval van resistentie tegen niet-kritische antimicrobiële middelen (zie ook Voorwaarden voor het gebruik van kritische antibiotica).
Bronnen
- Loeffler, A., Cain, C. L., Ferrer, L., Nishifuji, K., Varjonen, K., Papich, M. G., ... & Weese, J. S. (2025). Antimicrobial use guidelines for canine pyoderma by the International Society for Companion Animal Infectious Diseases (ISCAID). Veterinary dermatology, 36(3), 234-282.
- Loeffler A, Cain CL, Ferrer L, Nishifuji K, Varjonen K, Papich MG, et al. Synopsis of the antimicrobial use guidelines for canine pyoderma by the International Society for Companion Animal Infectious Diseases (ISCAID). Vet Dermatol. 2025; 36: 552–565.