Het precieze werkingsspectrum dient in de bijsluiters te worden opgezocht, maar in het algemeen is er een goede activiteit tegen gastro-intestinale en pulmonaire nematoden, met uitzondering van geïnhibeerde (hypobiotische) larven.
Levamisol, het L-isomeer van tetramisol, bezit een ruim werkingsspectrum en vertoont minder nevenwerkingen dan het D-isomeer. Levamisol veroorzaakt een reversibele spastische paralyse van de worm. Zowel nicotinerge als muscarinerge effecten werden waargenomen. Resistentie komt voor.
Levamisol wordt vlug geresorbeerd doorheen het maagdarmstelsel. Het wordt gemetaboliseerd in de lever en de uitscheiding gebeurt nagenoeg volledig binnen de 48 uur na toediening via de urine en feces. Verschillende galenische vormen zijn een gevolg van een goede resorptie na transcutane of intramusculaire toediening.
Het toedienen van deze middelen via de huid sluit een systemische werking niet uit en kan bovendien leiden tot nevenwerkingen en toxische verschijnselen. De gebruiksaanwijzingen voor deze preparaten dienen dus strikt te worden nageleefd. Bovendien kan bij bepaalde diersoorten het zichzelf likken of het likken van andere dieren leiden tot een belangrijke orale opname van het product met eventuele nevenwerkingen als gevolg.
Paarden, geiten, honden en katten zijn zeer gevoelig voor de bijwerkingen van levamisol. Voor deze diersoorten is levamisol niet geregistreerd. Verzwakte dieren of dieren met nier- of leverpathologieën worden best niet behandeld met levamisol.
Bij de opgegeven doeldieren en met de voorgeschreven dosissen heeft levamisol weinig bijwerkingen. Nausea, braken, speekselen, tranen, hyperesthesie, anorexia en abdominale pijn kunnen optreden (voornamelijk bij overdosering), maar zijn van voorbijgaande aard. Atropine kan worden toegediend om deze symptomen te bestrijden.
De toxische werking van levamisol wordt versterkt door nicotinerge stoffen (bijv. pyrantel, morantel) of choline-esteraseremmers (bijv. organofosfaten, neostigmine). De pijnstillende en ontstekingsremmende werking van fenylbutazon wordt door gelijktijdig gebruik met levamisol geïnhibeerd en de hepatotoxiciteit van fenylbutazon wordt verhoogd. Piperazine antagoniseert de werking van levamisol.
Vermijd het toedienen van levamisol tijdens stresstoestanden (vaccineren, onthoornen, castratie).
Het gebruik bij dracht of lactatie wordt naargelang het diergeneesmiddel afgeraden.