Meloxicam is antipyretisch, analgetisch en ontstekingsremmend.
Paard:
- behandeling van niet-infectieuze aandoeningen van het bewegingsstelsel
- behandeling van koliek
Rund:
- samen met een aangepast antibioticum toegediend worden bij diarree, respiratoire aandoeningen en mastitis
- verlichten van post-operatieve pijn na het onthoornen van kalveren
Varken:
- behandeling van niet-infectieuze aandoeningen van het bewegingsstelsel
- in combinatie met een antibioticum, voor de behandeling van het periparturient hypogalactia syndroom (vroeger mastitis-metritis-syndroom)
- verminderen van post-operatieve pijn
Hond:
- behandeling van niet-infectieuze aandoeningen van het bewegingsstelsel,
- verminderen van post-operatieve pijn
Kat:
- verminderen van post-operatieve pijn
Cavia:
- verminderen van post-operatieve pijn
Meloxicam heeft zonder een specifieke COX-2-inhibitor te zijn, bij lagere dosissen een voorkeur voor het COX-2-iso-enzyme. Deze voorkeur verdwijnt bij hogere dosissen.
Meloxicam wordt oraal uitstekend geresorbeerd (100% biologische beschikbaarheid). De orale absorptie wordt niet beïnvloed door voederopname. De plasma-eiwitbinding bedraagt meer dan 97%. De uitgebreide metabolisatie tot inactieve metabolieten gebeurt in de lever met uitscheiding via de feces en urine. Er is een belangrijke enterohepatische recirculatie die de eliminatiehalfwaardetijd vergroot. Deze bedragen ongeveer 24 h bij de hond (oraal) en 24-28 h bij het kalf (parenteraal).
- Niet toedienen aan dieren jonger dan 6 weken (paard, hond, kat) 4 weken (cavia), 1 week (rund) of 2 dagen (varken) of aan katten die lichter wegen dan 2 kg.
- Lever-, hart- en nierinsufficiëntie, bloedafwijkingen en symptomen van gastro-intestinale ulcera.
- Gebruik bij gedehydrateerde dieren, bij hypovolemie en hypotensie verhoogt de kans op renale toxiciteit.
Het veiligheidsprofiel van meloxicam is aanvaardbaar waarschijnlijk door zijn relatieve selectiviteit voor COX-2.
Bijwerkingen komen meestal in de eerste behandelingsweek voor, maar verdwijnen meestal nadat de behandeling is gestopt. Het wordt daarom aangeraden om de behandeling dan te stoppen.
De volgende bijwerkingen worden vermeld naargelang de toedieningsvorm en de specialiteit:
Paard:
- individuele gevallen: urticaria, diarree, reactie op de injectieplaats
- zeer zelden: verminderde eetlust, lethargie, buikpijn en colitis en anafylactische reacties
Rund:
- soms: voorbijgaande zwelling op de injectieplaats
- zeer zelden: anafylactische reacties
Varken:
- zeer zelden: anafylactische reacties
Honden en katten:
- zeer zelden: vermindering van de eetlust, braken, diarree, occult fecaal bloed, lethargie en nierfalen, bloederige diarree, bloedbraken, gastro-intestinale ulceratie, verhoogde leverenzymen, nierfalen
Cavia:
- geen gemeld
- Niet samen met andere NSAID's of glucocorticoïden toedienen.
- Toediening met andere stoffen die sterk aan plasma-eiwitten binden, verhoogt de toxiciteit van meloxicam.
NSAID's geven onvoldoende analgesie bij onthoorning. Bijkomende analgesie is aanbevolen.
Meloxicam diffundeert doorheen de placenta van drachtige ratten en wordt bij de rat in de melk uitgescheiden. Meloxicam wordt in het algemeen niet aanbevolen voor drachtige of lacterende dieren. Toediening van meloxicam bij drachtige runderen en drachtige of lacterende zeugen wordt in de bijsluiters echter niet ontraden.